ECLI:NL:GHARL:2023:9967

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
Wahv 200.318.593
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvBesluit proceskosten bestuursrecht, artikel 2 lid 3
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie voor overtreding geslotenverklaring

De betrokkene kreeg twee sancties opgelegd voor het negeren van een geslotenverklaring in Alkmaar op dezelfde dag en tijd, maar op verschillende locaties binnen hetzelfde gebied. De gemachtigde voerde aan dat het beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen voorschrijft dat per week maximaal één beschikking per kenteken mag worden geregistreerd en dat de eerste beschikking aan de betrokkene moet zijn verzonden voordat een volgende sanctie wordt opgelegd.

Het hof overweegt dat deze voorwaarden niet alleen in de beginperiode gelden, maar ook daarna, tenzij sprake is van recidive, wat hier niet is gesteld of gebleken. De sanctie in deze zaak kan daarom niet in stand blijven. Daarnaast wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene.

Het arrest vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de opgelegde beschikking, verklaart het beroep gegrond en bepaalt restitutie van de zekerheid die door de betrokkene is gesteld. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €1.284,75.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt toegewezen en de administratieve sanctie wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.318.593/01
CJIB-nummer
: 228707174
Uitspraak d.d.
: 24 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 16 september 2022, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 september 2019 om 12:56 uur op de Laat in Alkmaar met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene op dezelfde dag twee sancties opgelegd heeft gekregen voor het negeren van een geslotenverklaring in de binnenstad van Alkmaar. Er is gehandeld in strijd met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (het Beleidskader). Op grond van het Beleidskader mag er namelijk per week maximaal één beschikking per kenteken worden geregistreerd. Ook moet de eerste beschikking in ieder geval aan de betrokkene zijn verzonden voordat de volgende wordt opgelegd. De gemachtigde verzoekt om vernietiging van één van de twee beschikkingen.
3. Gebleken is dat – naast de onderhavige sanctie – aan de betrokkene bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 228707215 nog een sanctie is opgelegd van € 95,- voor het handdelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen, die ook op 7 september 2019 om 12:56 uur zou zijn verricht met hetzelfde voertuig, maar dan op de locatie Heul in Alkmaar. De locaties Heul en Laat in Alkmaar maken deel uit van hetzelfde gesloten verklaarde gebied.
De - in de onderhavige zaak niet ter beoordeling staande - beschikking met CJIB-nummer 228707215 is, zo is onbetwist gesteld, niet vernietigd.
4. Volgens de advocaat-generaal verzet het hier toepasselijke Beleidskader zich niet tegen de oplegging van de onderhavige sanctie nu de door de gemachtigde genoemde eis slechts geldt in de beginperiode. Daarvan is hier geen sprake.
5. In het Beleidskader is de volgende voorwaarde opgenomen die, gelet op vaste jurisprudentie van het hof, moet worden aangemerkt als beleidsregel:
“Om in de beginperiode een opeenstapeling van het aantal beschikkingen per kenteken te voorkomen, wordt gestart met communicatie naar omwonenden en overtreders en vervolgens wordt gefaseerd gestart met handhaving. In de eerste periode wordt volstaan met een waarschuwingsbrief die door de gemeente aan betrokkenen wordt verzonden en vervolgens wordt per week maximaal één beschikking per kenteken geregistreerd. De eerste beschikking moet in ieder geval aan betrokkene zijn verzonden voordat de volgende wordt opgelegd (het hof begrijpt: voordat bij een nieuwe beschikking de volgende sanctie wordt opgelegd). Indien vervolgens blijkt dat sprake is van recidive, kan voor elke volgende overtreding een beschikking (het hof begrijpt: sanctie) worden opgelegd.”
6. Dat de sanctie niet is opgelegd in de beginperiode, zoals de advocaat-generaal stelt, brengt op zichzelf niet mee dat voor elke overtreding een sanctie mag worden opgelegd. De voorwaarden dat per week maximaal één beschikking per kenteken wordt geregistreerd en de eerste beschikking in ieder geval aan de betrokkene moet zijn verzonden voordat bij de nieuwe beschikking de volgende sanctie wordt opgelegd, gelden, in het bijzonder gelet op het woord ‘vervolgens’ in de hiervoor weergegeven passage uit de Beleidskader, ook na die periode (vgl. ook het arrest van het hof van 24 februari 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1663). Dat hier sprake is van recidive in de zin van de laatste volzin van deze voorwaarde van het Beleidskader is gesteld noch gebleken.
7. De inleidende beschikking kan gelet hierop niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.284,75.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.