ECLI:NL:GHARL:2023:9962

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
Wahv 200.327.195/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 RVV 1990Art. 31 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens snelheidsovertreding ondanks training met hulpverleningsvoertuig

De betrokkene is gesanctioneerd voor het rijden met een snelheid van 24 km/u boven de maximumsnelheid op een weg buiten de bebouwde kom. Deze overtreding vond plaats op 14 juni 2022 op de N275 in Beringe met een voertuig voorzien van Battenburg-striping.

De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat tijdens de training aan bestuurders van hulpverleningsvoertuigen hogere snelheden worden geoefend, en dat zij daarom een vrijstelling zou moeten hebben van de snelheidslimiet. Ter onderbouwing werd een beschikking overgelegd waarin vrijstelling werd verleend voor het gebruik van signalen en herkenningstekens, maar niet voor het overschrijden van maximumsnelheden.

De kantonrechter oordeelde dat deze vrijstelling niet strekt tot het overschrijden van de maximumsnelheid. Het hof bevestigt dit oordeel en verklaart dat de aangevoerde grond niet slaagt, waardoor de sanctie van €244 gehandhaafd blijft.

Uitkomst: De opgelegde sanctie van €244 voor snelheidsovertreding wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.195/01
CJIB-nummer
: 250223257
Uitspraak d.d.
: 23 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 april 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 244,- voor: “24 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juni 2022 om 09.40 uur op de N275 links, Nederweert naar Koningslust, in Beringe met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Namens de betrokkene wordt de beslissing van de kantonrechter bestreden. Het ontbreken van een vrijstelling van de maximaal toegestane snelheid wordt betwist. Hiertoe wordt aangevoerd dat medewerkers van [de betrokkene] trainingen geven aan en voor bestuurders die rijden met een voertuig van hulpverleningsdiensten. In het onderhavige geval werd een training gegeven met een eigen uitgerust voertuig met “Battenburg striping” aan een bestuurder, werkzaam bij een huisartsenpost. Tijdens de training wordt geoefend met praktijksituaties waarmee de bestuurder te maken krijgt tijdens zijn normale werk. Bij die praktijksituaties worden op sommige momenten optische signalen en geluidssignalen gebruikt alsook wordt met hogere snelheden tot een grens die is neergelegd in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) gereden. Zo wordt geoefend met het rijden met hogere snelheden dan is toegestaan. Om een OGS (het hof begrijpt: optische signalen en geluidssignalen) bestuurder zo goed mogelijk te trainen en voor te bereiden op het rijden van spoedritten moeten de medewerkers van [de betrokkene] op deze manier de training inrichten. Namens de betrokkene wordt het hof verzocht de inleidende beschikking waarbij de onderhavige sanctie is opgelegd te vernietigen.
3. Niet is betwist dat met het voertuig van de betrokkene de maximumsnelheid ter plaatse is overschreden. De betrokkene voert aan dat die maximumsnelheid voor haar niet gold.
4. Namens de betrokkene is een beschikking d.d. 30 november 2021 met als onderwerp “Vrijstelling van bepalingen krachtens de Wegenverkeerswet 1994 ten behoeve van [de betrokkene] B.V.” overgelegd. Hierbij heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de betrokkene tot 1 december 2024 ten behoeve van de voertuigen, de cursisten en de docenten alsmede voor de onafhankelijke medewerker, belast met het afnemen van examens, voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare diensten en gelijkgestelden vrijstelling verleend van onder meer het bepaalde in de artikelen 29 en 31 van het RVV 1990.
5. De artikelen 29 en 31 van het RVV 1990 hebben betrekking op het gebruik van signalen en herkenningstekens. In voormelde beschikking is geen vrijstelling verleend van het verbod op het overschrijden van de maximumsnelheden als bedoeld in het RVV 1990.
6. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat de namens de betrokkene overgelegde vrijstelling geen grond vormt om de inleidende beschikking te vernietigen.
7. Nu de aangevoerde grond niet slaagt, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.