AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging sanctie kentekenhouder bij ontbreken reële staandehoudingsmogelijkheid
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €250,- voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 4 februari 2022 te 's-Gravenhage. De sanctie werd opgelegd aan de kentekenhouder omdat de bestuurder niet staande kon worden gehouden.
De gemachtigde voerde aan dat de ambtenaar de bestuurder wel had kunnen aanspreken en zijn identiteit had kunnen vaststellen, ondanks de melding van een aanrijding met letsel. Volgens hem was er geen reden om de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen.
Het hof overwoog dat artikel 5 WahvPro bepaalt dat de ambtenaar de bestuurder moet staande houden en zijn identiteit vaststellen, tenzij er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Omdat de ambtenaar onderweg was naar een aanrijding met letsel, was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding. Het kort aanspreken van de bestuurder rechtvaardigt niet de conclusie dat er tijd was voor een staandehouding.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €250,- aan de kentekenhouder wegens het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.326.626/01
CJIB-nummer
: 247364188
Uitspraak d.d.
: 22 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 29 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 februari 2022 om 18.32 uur op het Hildebrandplein in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Er is contact geweest tussen de bestuurder en de ambtenaar. Hij wijst op de verklaring die de bestuurder aan hem heeft gestuurd, namelijk dat die werd aangesproken door een motoragent die zei hem door rood te hebben zien rijden, die ervandoor moest maar wel een bekeuring zou geven. De betrokkene kan niet volgen waarom de ambtenaar de bestuurder wel kon aanspreken maar niet kort de tijd kon nemen om de identiteit van de bestuurder vast te stellen. Dat er een melding was over een ongeval met letsel, zegt niet dat er geen staandehouding kon worden verricht. Niet blijkt waarom de ambtenaar niet enkele ogenblikken later naar het ongeval toe had kunnen gaan of waarom geen collega’s beschikbaar waren om aan de melding gehoor te geven.
3. Uit artikel 5 vanPro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. In het zaakoverzicht is in dit verband de volgende verklaring van de ambtenaar opgenomen: “Reden geen staandehouding: in verband met een aanrijding met letsel waarnaar verbalisant onderweg was.”
5. De grond treft geen doel. Nu de ambtenaar onderweg was naar een aanrijding met letsel, was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding en mocht de sanctie worden opgelegd aan de betrokkene als kentekenhouder. Dat de ambtenaar desondanks de moeite heeft genomen om de bestuurder kort aan te spreken om hem erop te wijzen dat een overtreding was geconstateerd waarvoor een sanctie zou worden opgelegd, rechtvaardigt niet de conclusie dat de ambtenaar ook de tijd had om de bestuurder staande te houden en de identiteit van de bestuurder vast te stellen.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.