Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een verzoek van de man om schorsing van de uitvoerbaarheid van een beschikking van de rechtbank Gelderland van 21 juni 2023, waarin de verdeling van de door echtscheiding ontbonden huwelijksgemeenschap is geregeld. De man wilde met name de schorsing van de beslissingen over de woning bewerkstelligen, omdat hij de woning graag zelf wilde overnemen.
De rechtbank had de woning toegewezen aan de man indien hij binnen drie maanden de financiering kon regelen. Indien dit niet zou lukken, moest de woning worden verkocht en de opbrengst verdeeld. De man stelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat partijen uitvoering hadden gegeven aan de overeenkomst van 14 november 2022, omdat hij een rechterlijke beslissing nodig had om de financiering te regelen.
Het hof oordeelde dat de beslissing van de rechtbank niet op een kennelijke misslag berust en dat de man onvoldoende had onderbouwd dat zijn belang bij schorsing zwaarder woog dan dat van de vrouw. De vrouw had belang bij verkoop en verdeling van de woning om haar leven weer op te bouwen en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld te beëindigen. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
De mondelinge behandeling vond plaats op 6 november 2023, en het vonnis is op 21 november 2023 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking over de verdeling van de huwelijksgemeenschap af.