Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. De rechtbank had de vrouw veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie en partneralimentatie aan de man, en bepaalde de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder de waardering van de eenmanszaak en leaseauto van de vrouw.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de vastgestelde alimentatiebedragen en de waardering van haar praktijk en leaseauto. Zij stelde dat geen rekening moest worden gehouden met forfaitaire woonlasten bij de man, omdat hij feitelijk geen woonlasten heeft. Het hof stelde vast dat de man inderdaad geen woonlasten draagt, waardoor het forfaitaire bedrag niet passend is.
Het hof vernietigde de beschikking voor zover het kinderalimentatie, partneralimentatie en waardering van de onderneming en auto betreft. De kinderalimentatie werd verlaagd naar €206 per kind per maand, partneralimentatie werd afgewezen. De waardering van de onderneming en auto wordt uitgevoerd door een deskundige, waarvan de uitkomst bindend is. De kosten van deze waardering worden gelijk verdeeld. Het hof bekrachtigde de rest van de beschikking en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof verlaagt de kinderalimentatie, wijst partneralimentatie af en bevestigt de bindende waardering van de onderneming en leaseauto met gelijke kostenverdeling.