ECLI:NL:GHARL:2023:9677

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
15 november 2023
Zaaknummer
Wahv 200.323.212/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WahvArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding voor handelsregisteruittreksel

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek om vergoeding van de kosten voor een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel had afgewezen. De betrokkene vorderde tevens een proceskostenvergoeding.

Het hof constateerde dat de kantonrechter niet op het verzoek tot vergoeding van de kosten van het uittreksel had beslist, waardoor dit als afgewezen moest worden beschouwd. Op grond van artikel 13a van de Wahv en het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn dergelijke kosten voor vergoeding vatbaar.

Het hof vernietigde daarom het besluit van de kantonrechter voor zover het verzoek om kostenvergoeding was afgewezen en kende een vergoeding van €7,80 toe voor het uittreksel. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €209,25 toegekend aan de betrokkene wegens het voeren van hoger beroep. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van deze vergoedingen.

De gemachtigde van de betrokkene had het verzoek om zitting ingetrokken en geen nadere toelichting gegeven. Het hof volgde de wettelijke bepalingen en jurisprudentie voor de vaststelling van de proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing van de kostenvergoeding voor het handelsregisteruittreksel en kent een vergoeding van €7,80 plus proceskostenvergoeding van €209,25 toe.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.323.212/01
CJIB-nummer
: 245143806
Uitspraak d.d.
: 15 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2023, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie, onder wijziging van de inleidende beschikking, gematigd tot een bedrag van € 250,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 1.284,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De gemachtigde van de betrokkene heeft bij e-mailbericht d.d. 25 oktober 2023 het zittingsverzoek ingetrokken.

De beoordeling

1. Hetgeen in hoger beroep door de gemachtigde van de betrokkene wordt aangevoerd, beperkt zich tot de grond inhoudende dat de kantonrechter ten onrechte geen kostenvergoeding heeft toegekend voor de kosten van het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in de procedure bij de kantonrechter bij brief d.d.
28 december 2022 heeft verzocht om vergoeding van de kosten van het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel ad € 7,80 alsmede dit uittreksel en een e-mailbericht waaruit blijkt dat voor het bestelde uittreksel € 7,80 is betaald, heeft bijgevoegd. Het hof stelt voorts vast de kantonrechter niet heeft beslist op dit verzoek. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat het verzoek om een kostenvergoeding voor de kosten van het desbetreffende uittreksel is afgewezen.
3. Artikel 13a, eerste lid, laatste volzin, van de Wahv verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 1, aanhef en onder f, van voormeld besluit kan een veroordeling in de kosten betrekking hebben op kosten van uittreksels uit de openbare registers.
4. Gelet op voornoemde bepalingen komen de kosten voor het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel ten bedrage van € 7,80 voor vergoeding in aanmerking. De kantonrechter heeft het voorgaande niet onderkend. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter voor zover aan het hoger beroep onderworpen, namelijk voor zover daarbij het verzoek om een kostenvergoeding voor de kosten voor het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel is afgewezen, vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen, namelijk een kostenvergoeding ten bedrage van € 7,80 toekennen.
5. Naar het oordeel van het hof bestaat in casu aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding in hoger beroep. De gemachtigde van de betrokkene heeft het rechtsmiddel van hoger beroep moeten aanwenden om alsnog een kostenvergoeding voor het desbetreffende uittreksel vastgesteld te krijgen. Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het hoger beroep € 837,-. Nu het onderhavige geschil in hoger beroep slechts betrekking heeft op de vraag of een kostenvergoeding moet worden toegekend, wordt voor de vaststelling van de vergoeding voor de in hoger beroep gemaakte proceskosten de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast (vgl. het arrest van het hof van 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786). Aldus bedraagt de vergoeding voor de in hoger beroep gemaakte proceskosten € 209,25 (= 1 x € 837,- x 0,25).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het verzoek om een kostenvergoeding voor de kosten van het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel is afgewezen;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de kosten voor het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel tot een bedrag van € 7,80;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 209,25.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.