Partijen zijn in 2004 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2017 gescheiden. De vrouw bleef na de verbreking van de samenleving in de voormalige echtelijke woning wonen en betaalde sinds het vertrek van de man de hypotheeklasten. De man erkende geen bijdrage te hebben geleverd sinds het vertrek. De woning werd in 2021 verkocht en de netto-opbrengst verdeeld.
De vrouw vorderde betaling van betaalde hypotheeklasten, een gebruiksvergoeding, verrekening van poliswaarden en het debetsaldo op de en/of-rekening. De rechtbank wees grotendeels haar vorderingen af, maar het hof oordeelde dat de man geacht wordt 50% van de hypotheeklasten te dragen en veroordeelde hem tot betaling van de helft van het betaalde bedrag. Tevens werd een gebruiksvergoeding van €150 per maand over de periode van november 2016 tot september 2021 toegewezen.
De vordering van de vrouw voor overige lasten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De verrekening van het debetsaldo werd toegewezen op basis van een gecorrigeerd bedrag. De man werd veroordeeld tot betaling van een totaalbedrag van €12.306,16 na verrekening met de gebruiksvergoeding. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.