Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland waarin de moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot omgang met haar uit huis geplaatste kinderen [de minderjarige1] en [de minderjarige2]. De kinderen staan onder voogdij van de gecertificeerde instelling (GI) William Schrikker Stichting. De moeder had eerder beperkt en begeleid contact, dat na een incident in februari 2021 werd stopgezet.
Het hof oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de vorige beschikking, met een positievere houding van de moeder en een toenemende nieuwsgierigheid van [de minderjarige2] naar contact. Hoewel [de minderjarige2] traumatherapie weigert, acht het hof het mogelijk om te beginnen met het sturen van een kaartje eens per drie maanden, met een stapsgewijze uitbreiding van de omgang in overleg met hulpverleners. Voor [de minderjarige1] geldt dat hij momenteel geen contact wenst vanwege stress en traumatherapie, maar ook hier wordt een minimale omgangsregeling van een kaartje per drie maanden vastgesteld, waarbij de GI kan bepalen of opbouw mogelijk is.
De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover de moeder niet-ontvankelijk werd verklaard of haar verzoek werd afgewezen, en het hof stelt de minimale omgangsregeling vast. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt een minimale omgangsregeling vast waarbij de moeder eens per drie maanden een kaartje stuurt aan haar uit huis geplaatste kinderen, met mogelijke stapsgewijze uitbreiding.