Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
a. een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd en een nieuwe beslissing genomen over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van twee minderjarige kinderen na echtscheiding.
De ouders oefenden gezamenlijk het gezag uit over hun kinderen, geboren in 2009 en 2018. De rechtbank had de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling waarbij de kinderen twee weekenden per maand bij de vader verbleven. De vader ging in hoger beroep en verzocht om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen.
Het hof heeft geoordeeld dat de hoofdverblijfplaats van de oudste dochter, die bijna veertien jaar is, bij de vader wordt vastgesteld, omdat zij een bestendige en goed doordachte wens heeft geuit om daar te wonen. Voor de jongste zoon blijft de hoofdverblijfplaats bij de moeder, gezien zijn jonge leeftijd en het belang van stabiliteit.
De zorg- en opvoedingstaken worden zo verdeeld dat de kinderen om en om elk weekend bij de andere ouder verblijven, waarbij zij samen zijn. Het halen en brengen van de kinderen wordt gelijk verdeeld, tenzij de ouders anders overeenkomen. De wijziging moet uiterlijk 22 december 2023 zijn geëffectueerd, zodat de oudste na de kerstvakantie kan starten op een nieuwe school.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd omdat het om een procedure tussen (voormalige) echtgenoten gaat met betrekking tot hun kinderen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de hoofdverblijfplaats van de oudste dochter naar de vader en past de zorgregeling aan met een om-en-om weekendverblijf.