Verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging van medeplegen van poging tot oplichting, waarbij hij samen met anderen een ouder echtpaar probeerde te misleiden door zich voor te doen als medewerkers van de Rabobank. De oplichting bestond uit het telefonisch benaderen van het slachtoffer met een valse naam en hoedanigheid, het doorgeven van een code, en het laten ophalen van bankpassen en pincodes aan de deur.
Het hof stelde vast dat verdachte niet slechts als chauffeur fungeerde, maar ook instructies gaf aan een medeverdachte die aan de deur verscheen. Hiermee was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking die kwalificeert als medeplegen. De poging tot oplichting was vrijwel voltooid, maar werd tijdig door het slachtoffer herkend en de politie ingeschakeld.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde het bewezenverklaarde en strafbaar, en legde dezelfde straf op. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer, het misbruik van een minderjarige en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jeugdige leeftijd en beschikbare diagnostiek.