ECLI:NL:GHARL:2023:9296

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 november 2023
Publicatiedatum
3 november 2023
Zaaknummer
200.320.676/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 RVVArt. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onduidelijkheid parkeerstarttijd op parkeerschijf

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd wegens het niet juist aangeven van het begintijdstip op de parkeerschijf in een blauwe zone. De kantonrechter wees het beroep af, maar het gerechtshof oordeelde anders.

De betrokkene stelde dat het voertuig om 4:00 uur 's nachts was geparkeerd en dat dit tijdstip correct op de parkeerschijf stond, ondanks dat de blauwe zone pas vanaf 9:00 uur geldt. Het hof volgde deze redenering en stelde vast dat het tijdstip op de parkeerschijf correct kon zijn weergegeven, ook al gold de parkeerschijfverplichting toen nog niet.

Het hof vernietigde daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. De maximale parkeerduur was wel overschreden, maar het hof wijzigde de feitcode niet vanwege de procedurele stand.

Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte vaststelling van feiten bij administratieve sancties en de bescherming van de betrokkene tegen onjuiste sancties.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.703,25.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.320.676/01
CJIB-nummer
: 242142149
Uitspraak d.d.
: 3 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij e-mail van 17 augustus 2023 heeft de gemachtigde het zittingsverzoek ingetrokken.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “parkeren bij blauwe streep, terwijl op parkeerschijf niet juiste tijdstip begin parkeren is aangegeven”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 juni 2021 om 13:15 uur op de David Vosstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene haar voertuig om 4:00 uur ’s nachts heeft geparkeerd en dat de weergegeven tijd op de parkeerschijf dus het juiste tijdstip is. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld. De kantonrechter heeft een onjuiste maatstaf gehanteerd.
3. De advocaat-generaal voert aan dat wat in hoger beroep wordt aangevoerd tegenstrijdig is met wat eerder in de procedure is aangevoerd en het daarom niet aannemelijk is dat de betrokkene haar voertuig om 4:00 uur ’s nachts ter plaatse heeft geparkeerd.
4. De gedraging betreft een overtreding van artikel 25, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV). In artikel 25 van Pro het RVV is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
“1. Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.
2. Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. (…)
3. Op de parkeerschijf staat aan de getoonde zijde slechts één cijferreeks, die een aanduiding geeft van de kalenderuren, en die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen. (…)”
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag op bovengenoemde locatie, datum, tijd genoemd voertuig met vier wielen in een blauwe zone geparkeerd staan. De blauwe zone werd aangeduid met bord E10 met onderbord max 2 uur van maandag tot en met zaterdag van 9:00 uur tot 19:00 uur. In het voertuig lag een parkeerschijf met daarop het tijdstip 4 uur aangeduid. Op het moment van constatering was het 13:15 uur.”
7. Het dossier bevat verder foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat op de parkeerschijf het tijdstip 4/16 uur is aangegeven.
8. Het hof volgt de kantonrechter niet in de redenering dat het tijdstip van 4 uur ’s nachts niet juist kan zijn omdat de blauwe zone pas gelding had vanaf 9:00 uur. Op de parkeerschijf dient het tijdstip waarop het parkeren is begonnen te worden weergegeven, ook indien op dat tijdstip de verplichting een parkeerschijf te plaatsen niet gold.
9. De gemachtigde heeft in administratief beroep aangevoerd dat de tijd naar boven mag worden afgerond en dat de betrokkene dit heeft gedaan. De ook al bij de kantonrechter opgeworpen stelling van de gemachtigde dat de betrokkene om 4 uur ’s nachts haar voertuig ter plaatse heeft geparkeerd is naar het oordeel van het hof niet tegenstrijdig daarmee. Dat de tijd naar boven is afgerond sluit niet uit dat de betrokkene om 4 uur ’s nachts haar voertuig ter plaatse heeft geparkeerd. De stelling van de gemachtigde dat de betrokkene om 4 uur ’s nachts haar voertuig ter plaatse heeft geparkeerd wordt ook niet weerlegd door de verklaring van de ambtenaar. De ambtenaar verklaart immers slechts dat het moment van constatering 13:15 uur was en het tijdstip aangeduid op de parkeerschijf 4 uur was, wat overeenkomt met de stelling van de gemachtigde. De ambtenaar heeft niet waargenomen vanaf welk tijdstip het voertuig ter plaatse stond geparkeerd. Dat de betrokkene op de parkeerschijf niet het juiste tijdstip begin parkeren heeft aangegeven kan niet worden vastgesteld.
10. Wel kan worden vastgesteld dat de maximale parkeerduur van 2 uren is overschreden. Het hof zal echter niet overgaan tot wijziging van de feitcode gelet op de stand van de procedure. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de advocaat-generaal in het verweerschrift niet is ingegaan op (mogelijke) wijziging van de feitcode.
11. De inleidende beschikking kan gelet op het voorgaande niet in stand blijven. Het hof zal daarom beslissen als hierna vermeld.
12. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het (via een videoconferentie) bijwonen van de zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal vier punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.703,25.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.703,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.