Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker],
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2011, die sinds 1 september 2023 weer bij zijn ouders woont. De ouders waren het niet eens met de verlenging van de machtiging over de periode van 27 april tot 27 juli 2023 en verzochten vernietiging van deze beschikking.
Het hof overwoog dat de ouders een rechtens relevant belang hebben om de rechtmatigheid van de machtiging te laten toetsen, ook al is de periode waarvoor de maatregel gold verstreken. Volgens artikel 1:265b BW kan de kinderrechter een gecertificeerde instelling machtigen tot uithuisplaatsing indien dit noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Het hof concludeerde dat de verlenging noodzakelijk was omdat de ouders lange tijd waren overvraagd en niet in staat waren een stabiel opvoedingsklimaat te bieden. Hoewel er positieve ontwikkelingen waren, was de thuissituatie in april 2023 nog niet stabiel genoeg voor terugplaatsing. Vanaf mei 2023 werden grote stappen gezet richting terugplaatsing, die in september 2023 werd gerealiseerd. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en benadrukte dat de ouders hun pedagogische vaardigheden hebben vergroot en dat zij openstaan voor verdere ondersteuning.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 27 juli 2023.