ECLI:NL:GHARL:2023:8843

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 oktober 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
Wahv 200.321.901/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:33 Algemene Plaatselijke Verordening Nederweert 2021Artikel 11 WahvArtikel 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking parkeren op grasstrook geen park of plantsoen

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd voor het parkeren van zijn voertuig op een grasstrook die volgens de officier van justitie onderdeel was van een park, plantsoen of groenstrook. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. Het hof oordeelt echter dat de grasstrook op een industrieterrein, met beperkte oppervlakte en zonder beplanting behalve enkele bomen, zich niet voordoet als een park, plantsoen of recreatief terrein voor de gemiddelde weggebruiker.

De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld als overtreding van artikel 5:33, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Nederweert 2021. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Tevens wordt de proceskostenvergoeding aan de betrokkene toegekend.

De procedure omvatte een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter, waarbij de advocaat-generaal geen verweerschrift indiende. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €1.284,75 en wordt door het hof aan de betrokkene toegekend.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor het parkeren op de grasstrook wordt vernietigd omdat deze niet als park of plantsoen geldt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.321.901/01
CJIB-nummer
: 247758831
Uitspraak d.d.
: 20 oktober 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 16 december 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 januari 2021 om 14:24 uur op de Pannenweg in Nederweert met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat geen sprake is van een groenstrook. Het moet gaan om een versiering of verfraaiing van de groenstrook, bijvoorbeeld een mooi parkje met bankjes of een goed onderhouden stuk groen (gazon). Daarvan is hier geen sprake. Er groeit geen beplanting en het stukje ligt min of meer braak. Er kunnen aldaar meerdere weggebruikers parkeren. Het gedeelte doet zich kennelijk voor de gemiddelde weggebruiker voor als parkeerhaven.
3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 5:33, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Nederweert 2021. Deze luidt als volgt:
“Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets of met een fiets of een paard.”
4. Er bestaat geen wettelijke definitie van de begrippen park, plantsoen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen. Bij de bepaling of iets al dan niet als zodanig kan worden aangemerkt, is doorslaggevend hoe het terrein zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet.
5. Uit het dossier blijkt dat het voertuig van de betrokkene op een industrieterrein op een strook kort gemaaid gras naast de rijbaan stond geparkeerd. Naast het voertuig van de betrokkene bevindt zich een rij parkeervakken. Op deze strook gras staan een aantal bomen. De strook gras is enkele meters breed en door middel van een hek afgesloten van het daarnaast gelegen autobedrijf.
6. Naar het oordeel van het hof doet deze strook gras, hoewel het gras kort gemaaid is en er ook bomen op de strook staan, zich aan de gemiddelde weggebruiker niet evident voor als park, plantsoen of voor recreatief gebruik beschikbaar terrein, gelet op de ligging van de strook en de beperkte oppervlakte van de strook. Naast enkele bomen, is er geen sprake van beplanting. Gelet hierop kan de gedraging niet worden vastgesteld.
7. Dit leidt tot de hiernavolgende beslissing.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.284,75.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.