Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2015 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en hebben in 2017 hun echtscheiding uitgesproken gekregen, inclusief afspraken over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind en alimentatie. De man heeft de rechtbank verzocht om de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking door te halen omdat de vrouw de inschrijving te laat had aangevraagd.
De rechtbank heeft de doorhaling gelast en de vrouw is hiertegen in hoger beroep gekomen. Het hof heeft onderzocht of de man in de echtscheidingsprocedure is verschenen en concludeert dat dit het geval is, ook al had hij geen advocaat. Hierdoor is de termijn voor het instellen van hoger beroep van drie maanden op de dag na de uitspraak gaan lopen en is deze termijn ongebruikt verstreken.
De inschrijving van de echtscheidingsbeschikking is daardoor buiten de wettelijke termijn aangevraagd, waardoor de beschikking haar kracht heeft verloren. De grieven van de vrouw falen en het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank, wijzend het beroep af.
Uitkomst: De doorhaling van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking wordt bevestigd omdat de wettelijke termijnen zijn verstreken.