De betrokkene kreeg een sanctie van €132 opgelegd voor het rijden van 16 km/u te hard op de A20 bij Rotterdam op 4 januari 2021. De betrokkene stelde dat de meting niet betrouwbaar was omdat de positie van het voertuig ten opzichte van het begin en einde van het meettraject niet geregistreerd zou zijn, wat volgens hem de geldigheid van de sanctie ondermijnt.
Het dossier bevatte foto's met tijdstippen en locaties, een NMi-verklaring dat het meettraject 1244 meter lang is en voldoet aan de wettelijke eisen, en een e-mail van de advocaat-generaal met uitleg over de werking van het trajectcontrolesysteem. Hieruit bleek dat dwarsmarkeringen op de weg de registratiepunten vormen en dat de snelheid wordt berekend op basis van het passeren van deze markeringen, waardoor de positie van het voertuig adequaat wordt geregistreerd.
Het hof oordeelde dat de aangevoerde bezwaren niet opgaan en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
De uitspraak benadrukt dat het gebruikte trajectcontrolesysteem voldoet aan de wettelijke eisen en dat de snelheidsovertreding correct is vastgesteld, waardoor de sanctie terecht is opgelegd.