ECLI:NL:GHARL:2023:8539
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens rijden met onvoldoende zicht door bevroren voorruit
De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €250 wegens het rijden met onvoldoende zicht door een voorruit die voor de helft bedekt was met ijs. Dit vond plaats op 5 maart 2022 in Rotterdam. De betrokkene tekende beroep aan tegen de beslissing van de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om proceskostenvergoeding afwees.
De betrokkene stelde dat het bedekken van de voorruit met ijs niet automatisch betekent dat er onvoldoende zicht was. Het hof oordeelde echter dat de verklaring van de ambtenaar, die stelde dat de bestuurder zeer beperkt zicht had door het ijs, voldoende was om de overtreding vast te stellen. De kantonrechter had dit oordeel terecht geveld en het beroep daarom ongegrond verklaard.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie is gebaseerd op artikel 5.18.4 van de Regeling voertuigen, dat vereist dat de bestuurder voldoende zicht moet hebben door de voorruit en voorste zijruiten. De toelichting bij dit artikel benadrukt dat het gezichtsveld niet beperkt mag zijn, en dat dit afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.
De uitspraak benadrukt dat de verklaring van de ambtenaar, die de situatie ter plaatse had waargenomen, voldoende bewijs vormt voor de overtreding. De betrokkene gaf geen argumenten die twijfel aan deze gegevens konden rechtvaardigen. Het hof concludeerde dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond had verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €250 voor rijden met onvoldoende zicht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.