Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om het vaststellen van een zorgregeling tussen een minderjarige en zijn vader na een verstoorde relatie en langdurig contactgebrek. De bijzondere curator bracht een uitgebreid rapport uit waarin werd vastgesteld dat de verstoorde relatie tussen de ouders en de problematiek rond de geslachtsverandering van de minderjarige een grote rol spelen. De vader voelt zich niet gehoord en neemt weinig initiatief, terwijl de moeder benadrukt dat de minderjarige beter gedijt zonder contact, maar het toch belangrijk vindt dat contact wordt hersteld.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de bijzondere curator aan dat het contact, ook al lijkt de minderjarige er nu geen behoefte aan te hebben, in zijn belang is en dat een beperkte zorgregeling het makkelijker maakt om contact in de toekomst uit te breiden. De vader wenst geen verplichtingen om leuke dingen te doen en wil geen druk leggen op de minderjarige. De moeder uitte zorgen over het langdurige contactgebrek, terwijl de raad voor de kinderbescherming stelde dat de ouders onvoldoende verantwoordelijkheid nemen en adviseerde een contactmoment om de twee maanden vast te leggen.
Het hof oordeelde dat het ouderlijk gezag de plicht omvat om de banden tussen kind en ouders te bevorderen en dat het vrijblijvend overlaten van contact aan de minderjarige niet in zijn belang is. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en stelde een zorgregeling vast waarbij vader en zoon eenmaal per twee maanden op zondag van 17.00 tot 19.00 uur contact hebben in de woonomgeving van de minderjarige, waarbij zij om en om bepalen hoe het contact wordt ingevuld.
De bijzondere curator heeft haar taak voltooid met deze beslissing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt een zorgregeling vast waarbij vader en zoon eenmaal per twee maanden contact hebben, waarbij zij om en om de invulling bepalen.