ECLI:NL:GHARL:2023:8286
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs van misdrijfgeld
In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van gewoontewitwassen. Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van gewoontewitwassen.
De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben, overdragen en gebruiken van geld waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het afkomstig was uit enig misdrijf, namelijk verduistering door zijn dochter. De civiele procedure tegen de dochter had geleid tot een onherroepelijke uitspraak dat zij zonder toestemming geld van het slachtoffer had overgemaakt en moest terugbetalen.
Het hof oordeelde echter dat de strafrechtelijke bewijsmaatstaf strenger is dan de civiele en dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat de dochter opzettelijk wederrechtelijk had gehandeld. Daardoor kon niet worden bewezen dat het geld dat verdachte gebruikte uit een misdrijf afkomstig was. De overige verweren behoefden geen bespreking. Het hof sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde gewoontewitwassen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.