ECLI:NL:GHARL:2023:8280

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
P23/242
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:11 SvArtikel 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

De terbeschikkinggestelde is sinds 2014 feitelijk in de terbeschikkingstelling en de huidige maatregel zou eindigen op 25 februari 2023. De verlengingsvordering is op 8 februari 2023 ingediend, later dan voorgeschreven, maar het hof acht deze binnen een redelijke termijn en ontvankelijk vanwege bijzondere omstandigheden.

De verdediging stelde niet-ontvankelijkheid en afwijzing van de vordering voor, met verwijzing naar het persoonlijke belang van de terbeschikkinggestelde en het ontbreken van gevaar voor fysieke delicten. Het openbaar ministerie benadrukte het veiligheidsbelang en rechtvaardigde de verlenging met twee jaar.

Het hof oordeelde dat de vordering ontvankelijk is omdat deze binnen twee weken na de termijn is ingediend en de terbeschikkinggestelde voldoende tijd had zich voor te bereiden. De adviezen van psychiater en reclassering wijzen op een hoog recidiverisico, mede door een recent incident met een mes.

De verlenging met twee jaar is passend omdat de resocialisatie langer zal duren dan één jaar, mede door de wachtlijst voor begeleid wonen. Het hof beveelt tevens onderzoek naar voortzetting van begeleiding buiten de terbeschikkingstelling voor een volgende rapportage.

De beslissing van de rechtbank Den Haag van 4 april 2023 wordt bevestigd met aanvullende gronden door het hof op 28 september 2023.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met twee jaar verlengd vanwege een hoog recidiverisico en het ontbreken van een geschikte resocialisatieplaats binnen een jaar.

Uitspraak

TBS P23/242
Beslissing van 28 september 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[de terbeschikkinggestelde](hierna: de terbeschikkinggestelde),
geboren op [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
wonende aan de [adres] .
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 4 april 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 12 april 2023 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- het achtste voortgangsverslag aan opdrachtgever van 5 juli 2023, en
- de aanvullende informatie van de reclassering van 30 augustus 2023.
Het hof heeft ter zitting van 14 september 2023 gehoord de advocaat-generaal,
mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman,
mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering te laat is ingediend en dat het openbaar ministerie daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. De overschrijding is extra klemmend voor de terbeschikkinggestelde, omdat een eerdere terbeschikkingstelling anderhalf jaar te lang heeft geduurd. De terbeschikkinggestelde verblijft feitelijk al vanaf 2014 in de terbeschikkingstelling. Er is geen sprake van een gevaar voor fysieke delicten. Gelet hierop weegt het persoonlijk belang van de terbeschikkinggestelde zwaarder dan het maatschappelijk belang.
Subsidiair is verzocht de vordering af te wijzen, gelet op de wens van de terbeschikkinggestelde om zelfstandig, of met steun van zijn familie, zijn weg te vervolgen.
Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de maatregel met slechts één jaar te verlengen.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de verlengingsvordering. Na de indiening van de vordering heeft de terbeschikkinggestelde voldoende tijd gehad om zich voor te bereiden op de behandeling ter zitting van de vordering. Daarnaast eist de veiligheid van anderen de verlenging van de maatregel.
De verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren is, gelet op de uitgebrachte adviezen, gerechtvaardigd. De beslissing van de rechtbank kan dan ook worden bevestigd.
Het oordeel van het hof
De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de verlengingsvordering
Het hof stelt vast dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 25 februari 2021 en door tijdsverloop zou eindigen op 25 februari 2023. De vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend op 8 februari 2023. Deze vordering is dus later ingediend dan één maand vóór het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zou eindigen, zoals is voorgeschreven in het eerste lid van artikel 6:6:11 van Pro het wetboek van Strafvordering. Op grond van het derde lid van dit artikel kan het openbaar ministerie niettemin worden ontvangen in een verlengingsvordering die binnen een redelijke termijn is ingediend, indien bijzondere omstandigheden aanwezig zijn waardoor de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, ondanks het belang van de terbeschikkinggestelde, verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Het hof acht, evenals de rechtbank, de officier van justitie ontvankelijk in de vordering. Het hof is van oordeel dat de vordering binnen een redelijke termijn is ingediend en dat de bijzondere omstandigheden zoals hiervoor bedoeld aanwezig zijn. Het hof overweegt daartoe als volgt.
De vordering is binnen twee weken na afloop van bedoelde termijn ingediend en daarmee nog ruim voor het einde van de lopende termijn.
Zowel de rapporterende psychiater als de reclassering hebben geadviseerd de maatregel te verlengen met twee jaren. Deze adviezen zijn al voor de einddatum van de terbeschikkingstelling met de terbeschikkinggestelde besproken in november 2022 respectievelijk december 2022. De terbeschikkinggestelde had dan ook redelijkerwijze kunnen vermoeden dat verlenging van de terbeschikkingstelling zou worden gevorderd. Naar het oordeel van het hof heeft de terbeschikkinggestelde vervolgens voldoende tijd gehad zich voor te bereiden op de verlengingsprocedure. Tot slot is van belang dat uit de adviezen een hoog risico op recidive volgt. Dat geen gevaar zou bestaan voor ‘fysieke’ delicten, zoals de raadsman stelt, wordt weerlegd door een recent incident waarbij de terbeschikkinggestelde in een conflict met een medebewoner een mes heeft gepakt.
De verlenging
Het hof is onder aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die aanvulling bevestigen.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De terbeschikkinggestelde is aangemeld voor een vervolgplaatsing binnen een locatie van begeleid wonen van Middin in [plaats] . De terbeschikkinggestelde staat op de wachtlijst en er is thans nog geen concreet zicht op een datum waarop hij daar geplaatst zal kunnen worden. Hij zal na een plaatsing moeten wennen aan de nieuwe locatie en de verdergaande vrijheden. Het resocialisatietraject zal dan ook langer duren dan één jaar, zodat het hof de beslissing van de rechtbank, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar, zal bevestigen.
Wel acht het hof het gewenst dat in de komende periode de mogelijkheden van voortzetting van de begeleiding en behandeling van de terbeschikkinggestelde in een kader buiten de terbeschikkingstelling worden onderzocht en eventueel voorbereid. De resultaten van dit onderzoek dienen onderdeel te zijn van de rapportage bij een volgende verlengingsprocedure.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt met aanvulling van gronden als voormeld de beslissing van de rechtbank Den Haag van 4 april 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [de terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. D. Visser, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M. Keppels, raadsheren,
en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. C.J.J.C.M. van Gestel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 28 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.