Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:824

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 januari 2023
Publicatiedatum
31 januari 2023
Zaaknummer
P22/322
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:6:10a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling en wijziging voorwaarden voorwaardelijke beëindiging verpleging

De terbeschikkinggestelde heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland tot verlenging van zijn terbeschikkingstelling met een jaar. De advocaat-generaal heeft de verlenging ondersteund, terwijl de verdediging pleitte voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging met aangepaste voorwaarden die zelfstandiger wonen mogelijk maken.

Het hof heeft op 12 januari 2023 de terbeschikkinggestelde en de advocaat-generaal gehoord en diverse stukken bestudeerd, waaronder rapportages van de kliniek en Reclassering Nederland. Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling, gezien het ontbreken van een passende woonvoorziening bij Zorggroep 't Achterhuus.

Tegelijkertijd vernietigt het hof het eerdere besluit over de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging en wijzigt het het moment van ingang hiervan. De voorwaardelijke beëindiging gaat nu in bij feitelijke plaatsing in Zorggroep 't Achterhuus of een soortgelijke instelling, ook als de terbeschikkinggestelde tijdelijk in een andere woonvoorziening verblijft.

Het hof wijst erop dat zelfstandig wonen met ambulante begeleiding momenteel niet verantwoord is. Daarnaast wordt een voorwaarde over klinische time-outopname opgeheven, met verwijzing naar de wettelijke mogelijkheid van gedwongen crisisopname. De terbeschikkinggestelde moet zich houden aan diverse voorwaarden, waaronder verblijf in een zorginstelling, alcoholverbod, afstand houden tot de gemeente van het slachtoffer, deelname aan dagbesteding en begeleiding door een forensisch FACT-team.

De beslissing is op 26 januari 2023 in het openbaar uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de terbeschikkinggestelde niet is veroordeeld voor een strafbaar feit maar onder toezicht blijft van de reclassering.

Uitkomst: Verlenging terbeschikkingstelling bevestigd en moment van voorwaardelijke beëindiging verpleging gewijzigd met aangepaste voorwaarden.

Uitspraak

TBS P22/322
Beslissing d.d. 26 januari 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
verblijvende in forensisch psychiatrisch centrum [locatie 1]
(hierna: de kliniek),
verder te noemen de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen van 25 oktober 2022, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 31 oktober 2022;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 19 december 2022, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 30 april 2022 tot 8 november 2022;
- de aanvullende informatie van Reclassering Nederland van 6 januari 2023.
Het hof heeft ter zitting van 12 januari 2023 gehoord de advocaat-generaal mr. V. Smink en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. L.M. Oldenburg, advocate te Westzaan.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsvrouw heeft verzocht de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nogmaals voorwaardelijk te beëindigen en de voorwaarden zo te formuleren dat de terbeschikkinggestelde in staat wordt gesteld om zelf een woning te vinden waarin hij zelfstandig, met ambulante behandeling en begeleiding kan wonen en dat hij niet afhankelijk is van een plek in Zorggroep [naam] , omdat nog steeds geen zicht is op plaatsing aldaar. Het systeem van de terbeschikkingstelling zit muurvast.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Aan de formele vereisten voor verlenging van de terbeschikkingstelling is voldaan. Zolang er bij Zorggroep [naam] of een soortgelijke instelling geen passende plek is voor de terbeschikkinggestelde dient de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege niet in te gaan. De reclassering is druk bezig om de terbeschikkinggestelde op de goede plek te krijgen.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van een jaar. De beslissing waarvan beroep zal daarom in zoverre worden bevestigd.
Wat betreft de beslissing ten aanzien van de voorwaardelijke beëindiging zal het hof de beslissing waarvan beroep evenwel vernietigen, aangezien feitelijke plaatsing bij woonvoorziening [locatie 2] inmiddels kennelijk geen reële optie meer is.
Hoewel het hof bij beslissing van 26 augustus 2021 heeft beslist tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met ingang van de feitelijke plaatsing van de terbeschikkinggestelde in Zorggroep [naam] , is deze feitelijke plaatsing thans nog niet gerealiseerd. Met de rechtbank is het hof thans van oordeel dat de voorwaardelijke beëindiging ook in kan gaan indien de terbeschikkinggestelde in afwachting van zijn overplaatsing naar [naam] geplaatst kan worden in een andere individuele woonvoorziening, zodat het hof het moment van ingang van de voorwaardelijke beëindiging in die zin zal wijzigen. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met een verblijf in een zelfstandige woning thans niet verantwoord is.
Gelet op de beslissing van het hof van 15 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10739, zal het hof ambtshalve de voorwaarde die ertoe strekt mee te werken aan een klinische time-outopname in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling (voorwaarde 10) opheffen. In plaats daarvan biedt artikel 6:6:10a van het Wetboek van Strafvordering de grondslag voor een eventuele gedwongen crisisopname.

Beslissing

Het hof:
Bevestigtde beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 25 oktober 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[terbeschikkinggestelde]voor wat betreft de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling en
vernietigtde beslissing voor het overige
.
Wijzigthet moment van ingang van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en de hieraan verbonden voorwaarden in die zin dat de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege ingaat op het moment van de feitelijke plaatsing van de terbeschikkinggestelde in Zorggroep [naam] of een soortgelijke instelling in afwachting van een zo spoedig mogelijke plaatsing bij voornoemde Zorggroep [naam] en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
De terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
De terbeschikkinggestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
De terbeschikkinggestelde laat één of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien.
De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen gegeven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de terbeschikkinggestelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
De terbeschikkinggestelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is.
De terbeschikkinggestelde werkt mee aan huisbezoeken.
De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
De terbeschikkinggestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de terbeschikkinggestelde, als dat van belang is voor het toezicht.
10. De terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of naar het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
10. De terbeschikkinggestelde verblijft in Zorggroep [naam] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dit nodig vindt. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor de terbeschikkinggestelde heeft opgesteld.
10. De terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urine- en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de terbeschikkinggestelde wordt gecontroleerd.
10. De terbeschikkinggestelde bevindt zich niet in gemeente van het slachtoffer, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
10. Betrokkene werkt mee aan de aangeboden dagbesteding van Zorggroep [naam] of soortgelijke instelling, of aan door de reclassering aangeboden dagbestedingsplek.
10. De terbeschikkinggestelde laat zich begeleiden door het forensisch FACT-team van GGZ Drenthe of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.
Draagt Reclassering Nederland op de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M.J. Vos als raadsheren,
en drs. I. van Outheusden en drs. D.M.L. Versteijnen als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,
en op 26 januari 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.