Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een opvolgend curator recht heeft op vergoeding voor aanvangswerkzaamheden wanneer de voorganger op eigen verzoek wordt ontslagen. De kantonrechter had dit recht ontzegd, waarop [verzoekster] B.V. hoger beroep instelde.
Het hof verwijst naar artikel 1:386 lid 1 BW Pro en de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, waarin een forfaitaire vergoeding voor aanvangswerkzaamheden is vastgesteld. De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat ook opvolgende bewindvoerders recht hebben op deze vergoeding, ongeacht de reden van opvolging.
Het hof past deze redenering toe op curatoren en concludeert dat ook de opvolgend curator aanspraak maakt op de volledige forfaitaire vergoeding van €1.054,- voor aanvangswerkzaamheden. De bestreden beschikking wordt vernietigd en de vergoeding wordt toegekend.
Deze uitspraak bevestigt dat de forfaitaire regeling een uniforme en administratief eenvoudige toepassing beoogt, zonder onderscheid naar aanleiding van de reden van opvolging. Hiermee wordt rechtsverscheidenheid voorkomen en wordt een adequate beloning voor curatoren gewaarborgd.
Uitkomst: De opvolgend curator heeft recht op de forfaitaire vergoeding van €1.054,- voor aanvangswerkzaamheden.