Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Bij beschikking is een mentorschap ingesteld ten behoeve van de rechthebbende, waarbij [naam1] als mentor was benoemd. Deze vroeg ontslag en stelde [verzoekster] B.V. voor als opvolgend mentor. De kantonrechter stelde in de bestreden beschikking dat geen vergoeding voor aanvangswerkzaamheden aan de opvolgend mentor toekomt.
Het geschil betreft de vraag of een opvolgend mentor bij ontslag op eigen verzoek van de voorganger aanspraak kan maken op vergoeding voor aanvangswerkzaamheden. De regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren voorziet in een forfaitaire vergoeding van €586 voor dergelijke werkzaamheden.
De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat ook opvolgende bewindvoerders recht hebben op een dergelijke vergoeding, ongeacht de reden van opvolging. Het hof past deze redenering toe op mentoren en vernietigt de bestreden beschikking, waarmee het recht van de opvolgend mentor op vergoeding wordt erkend.
Het hof bepaalt dat de vergoeding van €586 voor aanvangswerkzaamheden aan de opvolgend mentor toekomt en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De opvolgend mentor heeft recht op een forfaitaire vergoeding van €586 voor aanvangswerkzaamheden.