Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de vergoeding voor aanvangswerkzaamheden van een opvolgend bewindvoerder die is benoemd na het ontslag van de vorige bewindvoerder op eigen verzoek. De kantonrechter had bepaald dat geen vergoeding voor aanvangswerkzaamheden aan de opvolgend bewindvoerder mocht worden toegekend.
Het hof verwijst naar artikel 1:447 lid 1 BW Pro en de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, waarin is vastgelegd dat een bewindvoerder aanspraak heeft op een forfaitaire vergoeding voor aanvangswerkzaamheden. De Hoge Raad heeft in een recente uitspraak van 23 juni 2023 bevestigd dat ook een opvolgend bewindvoerder recht heeft op deze vergoeding, ongeacht de reden van opvolging of wie het ontslag heeft verzocht.
Op basis van deze jurisprudentie en de regeling concludeert het hof dat de opvolgend bewindvoerder aanspraak maakt op de volledige forfaitaire vergoeding van € 586,- voor aanvangswerkzaamheden. Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking voor zover deze de vergoeding ontzegt en bepaalt dat de vergoeding toekomt aan de opvolgend bewindvoerder.
Uitkomst: De opvolgend bewindvoerder heeft recht op een forfaitaire vergoeding van € 586,- voor aanvangswerkzaamheden.