Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn ouders van twee minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. De rechtbank had de moeder het eenhoofdig gezag gegeven en de vader verplicht om kinderalimentatie te betalen van €275 per kind per maand, met ingang van 2 januari 2023. Deze beslissing was uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De vader verzocht het hof om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beslissing, stellende dat hij door betaling in financiële problemen zou komen en dat sprake zou zijn van een kennelijke misslag omdat financiële gegevens niet waren betrokken bij de rechtbankbeslissing. De moeder voerde verweer.
Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende had gesteld en onderbouwd dat hij in een financiële noodsituatie verkeert door de alimentatiebetaling. Ook was er geen sprake van een kennelijke misslag; het niet betrekken van financiële gegevens was een gevolg van het te laat indienen van stukken door de vader. De belangenafweging wees uit dat het belang van de moeder bij betaling zwaarder weegt.
Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen. Daarnaast werd de vader veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de moeder, inclusief nakosten en wettelijke rente, met een betalingstermijn van 14 dagen. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing af en veroordeelt de vader tot betaling van proceskosten.