ECLI:NL:GHARL:2023:7565

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 september 2023
Publicatiedatum
8 september 2023
Zaaknummer
Wahv 200.324.094/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs reële mogelijkheid tot staandehouding bij snelheidsmeting LASER4

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het rijden met 32 km/u te hard op de A27 bij Groenekan op 17 december 2021, vastgesteld met een Lasercam4. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigt deze beslissing.

De betrokkene stelde dat de automatische vermelding in het zaakoverzicht over het ontbreken van staandehouding niet concreet onderbouwd was. Het hof oordeelt dat de enkele classificatie van de snelheidsmeting onder project LASER4 niet automatisch betekent dat staandehouding onmogelijk was. Er was onvoldoende bewijs dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, mede omdat er een tweede ambtenaar aanwezig was die mogelijk staandehouding had kunnen verrichten.

Het hof vernietigt de sanctiebeschikking en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten. De sanctie is daarmee in strijd met artikel 5 van Pro de Wahv opgelegd en wordt teruggedraaid.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.094/01
CJIB-nummer
: 246419370
Uitspraak d.d.
: 8 september 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 24 januari 2023, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 331,- voor: “32 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 december 2021 om 15:28 uur op de A27 in Groenekan met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de tekst in het zaakoverzicht over staandehouding automatisch gegenereerd lijkt. Daarbij is ook niet gebleken dat in dit concrete geval de aard van de locatie of een grote verkeerstroom staandehouding onmogelijk maakte. Ook is niet gebleken of de staandehouding niet door een andere ambtenaar kon worden verricht en of er aan aanrijvoertuig aanwezig was waarmee overtreders konden worden staandegehouden.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Merk/soort meetmiddel: kustom signals inc lasercam4. (…) Soort weg: autosnelweg (…)
Naam ambtenaar 1: (…)
Naam ambtenaar 2 (…)
Projkode: Laser4. Deze snelheidsovertreding is geconstateerd met behulp van de lasercam4. De Lasercam4 wordt alleen ingezet op locaties waar in korte tijd grote verkeersstromen zijn en waar staandehouden door de aard van deze locaties en de manier van handhaven niet reëel mogelijk is.”
5. Het dossier bevat ook een aanvullend proces-verbaal d.d. 22 december 2022 waarin onder meer is verklaard:
“Op donderdag 17 december 2021 omstreeks 15:28 hield ik (ambtenaar 1) een statische snelheidscontrole middels de Lasercam. (…) Ik bevond mij op het viaduct over de Rijksweg A27, ter hoogte van Groenekan, bij hectometerpaal 86.2 rechts. Derhalve was er geen staandehouding mogelijk vanuit mijn statische positie.”
6. Het dossier bevat verder een proces-verbaal d.d. 29 december 2022 waarin brigadier [naam1] , verkeersspecialist bij de politie Midden-Nederland, onder meer als volgt verklaart:
“Het enige waar deze laser in afwijkt is het feit dat deze laser de mogelijkheid heeft om opnames te maken van de gepleegde overtredingen. De laser is daartoe uitgerust met een videocamera. Ook bij dit meetmiddel is er de mogelijkheid tot staandehouding. (…) Aangezien de betreffende lasersnelheidsmeter, bij mijn weten, alleen in gebruik is bij het Verkeershandhavingsteam in de eenheid Midden-Nederland, is door mij contact opgenomen met de Operationeel Expert van dit team, [naam2] . Deze gaf aan dat in 2020 is gestart om de kaders te beschrijven voor de inzet van de Lasercam. Dit overleg heeft plaatsgevonden met het CVOM (…) In dit overleg zijn de volgende inzetcriteria afgesproken:
Inzetcriteria
- Voornamelijk bedoeld voor individuele inzet
- Inzet op locaties waar staandehouden door aard/omstandigheden en grote verkeersstromen niet mogelijk is
- Inzet op het onderliggende wegennet
- Minimale tijdsduur 1 uur per inzet (…)
Na dit overleg is besloten om bij de inzet van deze laser gebruik te maken van een projectcode voor de afhandeling van de geconstateerde overtredingen. Dit heeft tot de projectcode LASER4. Door gebruikmaken van deze code wordt de tekst "Deze snelheidsovertreding is geconstateerd met behulp van de lasercam4. De Lasercam4 wordt alleen ingezet op locaties waar in korte tijd grote verkeersstromen zijn en waar staandehouden door de aard van deze locaties en de manier van handhaven niet reëel mogelijk is.” gegenereerd.
Op (het hof begrijpt: Door) de wijze waarop deze lasersnelheidsmeter gebruik wordt, wordt naar mijn mening voldaan aan het gestelde in de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (2022I002), betreffende de eisen van wel of niet staandehouden.”
7. Uit deze informatie blijkt dat de in het zaakoverzicht opgenomen reden voor niet staandehouding automatisch wordt gegenereerd indien de snelheidsmeting onder het project LASER4 wordt gebracht. De enkele omstandigheid dat een snelheidsmeting onder dit project wordt gebracht, maakt echter niet dat er reeds om die reden van moet worden uitgegaan dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding is en dat een beoordeling van de concrete omstandigheden daartoe niet meer van belang is (vergelijk het arrest van het hof van 14 februari 2023, ECLI:NL:GHAL:2023:1256 ten aanzien van de mobiele radarsnelheidscontrole).
8. De aanwezige informatie rechtvaardigt hier niet de conclusie dat er geen reële mogelijkheid was om tot staandehouding over te gaan. Grote verkeersstromen behoeven op zichzelf geen reden te vormen om af te zien van staandehouding. De verwijzing naar de aard van de locatie en de manier van handhaven maakt evenmin inzichtelijk waarom in concreto van staandehouding is afgezien. De enige concrete informatie hier betreft de vermelding, door ambtenaar 1, waar hij de meting verrichtte en dat hij vanaf zijn statische positie geen staandehouding kon verrichten. Maar uit het zaakoverzicht blijkt dat er ook een tweede ambtenaar ter plaatse aanwezig was. Dit roept de vraag op of deze ambtenaar niet de staandehouding kon verrichten. De advocaat-generaal heeft geen aanleiding gezien om een verweerschrift uit te brengen en/of nadere informatie over te leggen.
9. Het hof verbindt hieraan de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat zich geen reële mogelijk tot staandehouding heeft voorgedaan zodat de sanctie in strijd met artikel 5 van Pro de Wahv is opgelegd. Het hof zal als volgt beslissen.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het bijwonen van de zitting van de kantonrechter en het indienen van hoger beroepschrift, dienen in totaal vier punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.703,25 (= 1,5 x € 597 x 0,5 + 3 x € 837 x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.703,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.