ECLI:NL:GHARL:2023:7423
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag mentor en bewindvoerder en benoeming opvolgers in familierechtelijke zaak
In deze civiele zaak stond de vraag centraal wie als mentor en bewindvoerder over het vermogen en de belangen van verzoekster moet worden benoemd. De vader was sinds 2011 bewindvoerder en mentor, later aangevuld met de moeder als mentor. De instelling [verweerster] verzocht het ontslag van de ouders en de benoeming van [naam1] als opvolgend mentor en bewindvoerder, wat door de kantonrechter werd toegewezen.
Verzoekster kwam in hoger beroep en stelde dat [verweerster] niet bevoegd was om het verzoek tot ontslag in te dienen, omdat zij niet in een instelling van [verweerster] woont en geen begeleiding van haar ontvangt. Het hof oordeelde echter dat [verweerster] wel degelijk een langdurige en intensieve zorgrelatie en begeleiding biedt, ook in de thuissituatie, en dus ontvankelijk is.
Verder stelde verzoekster dat zij en haar ouders niet tijdig het verzoekschrift hadden ontvangen en niet waren gehoord, waardoor het recht op hoor en wederhoor was geschonden. Het hof vond dit terecht, maar stelde dat het hoger beroep deze procedurele tekortkoming herstelt, omdat alle partijen nu zijn gehoord.
Ten slotte betoogde verzoekster dat zij geen vertrouwen heeft in [naam1] als mentor en bewindvoerder en dat de communicatie slecht verloopt. Het hof stelde vast dat [naam1] pas kort aan het werk is en haar taken goed uitvoert. Het subjectieve gebrek aan vertrouwen van verzoekster was onvoldoende om het ontslag van [naam1] te rechtvaardigen.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikkingen van de kantonrechter en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de vader en moeder als mentor en bewindvoerder en wijst het verzoek tot ontslag van [naam1] af.