ECLI:NL:GHARL:2023:7396
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen raadsheren in vermogensrechtelijke procedure
Verzoekster was betrokken in een civiele procedure over de vermogensrechtelijke afwikkeling van haar ontbonden huwelijk en partneralimentatie. Zij diende een wrakingsverzoek in tegen de drie behandelend raadsheren, dat schriftelijk werd ingediend door haar advocaat. Nadat de advocaat zich onttrok, probeerde verzoekster zelf een wrakingsverzoek in te dienen tegen de voorzitter van de wrakingskamer, wat niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van het wrakingsprotocol.
De wrakingskamer beoordeelde de gronden voor wraking tegen de drie raadsheren. Verzoekster stelde dat eerdere betrokkenheid in een andere procedure, een vermeende dubbelrol van een raadsheer als voorzitter van de Raad van Discipline en het vooraf lezen van stukken door een raadsheer aanleiding waren voor wraking. De wrakingskamer oordeelde dat het vermoeden van onpartijdigheid van rechters slechts door uitzonderlijke omstandigheden kan worden doorbroken, welke in dit geval niet waren aangetoond.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en wees erop dat verzoekster na het terugtreden van haar advocaat geen zelfstandige proceshandelingen mocht verrichten. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 4 september 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is ongegrond verklaard en het zelfstandig ingediende wrakingsverzoek van verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.