ECLI:NL:GHARL:2023:729
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats ondanks gedeeltelijk gebruik
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats met een voertuig dat niet voor die plek bestemd was. De betrokkene voerde aan dat het voertuig slechts gedeeltelijk op de gehandicaptenparkeerplaats stond en dat er voldoende ruimte was voor het bevoegde voertuig, dat geen hinder ondervond.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. In hoger beroep bevestigde het hof deze beslissing. Het hof oordeelde dat het absolute verbod op parkeren op gehandicaptenparkeerplaatsen ook geldt bij gedeeltelijk gebruik. De verklaring van de ambtenaar en het dossier boden voldoende bewijs, ondanks de donkere foto’s en het ontbreken van een zittingfoto die het geheel duidelijk maakte.
Het hof stelde vast dat gehandicaptenparkeerplaatsen ruim zijn opgezet om mindervaliden voldoende ruimte te bieden en dat het bevoegde voertuig hinder ondervond doordat de laadklep niet gebruikt kon worden. De intentie van de betrokkene om geen hinder te veroorzaken deed niet af aan de sanctie. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: De sanctie van €390 voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats wordt bevestigd.