ECLI:NL:GHARL:2023:7233

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
28 augustus 2023
Zaaknummer
P23/150
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:6:31 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging PIJ-maatregel jeugdige ondanks schrijnende situatie

De zaak betreft het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam tot verlenging van een PIJ-maatregel voor een jeugdige met complexe psychiatrische en persoonlijkheidsproblematiek. Het hof heeft op 10 augustus 2023 de beslissing van de rechtbank bevestigd met aanvullende gronden.

De jeugdige verblijft in een jeugdinrichting en volgt een individueel programma. Deskundigen van de inrichting en reclassering benadrukken de noodzaak van voortzetting van de maatregel vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van een geschikte vervolgplek. De jeugdige is recent gestart met medicamenteuze behandeling, wat mogelijk een opening biedt voor verdere therapie.

De raadsman van de jeugdige betoogde dat verlenging niet in het belang van de jeugdige is, gezien de langdurige verblijfssituatie zonder vooruitgang en het ontbreken van geschikte vervolgplekken. Het openbaar ministerie stelde juist voor de maatregel met maximale termijn te verlengen vanwege de complexe situatie en het belang van een veilige plek.

Het hof oordeelt dat ondanks de schrijnende situatie en uitzichtloosheid, een abrupt einde of voorwaardelijke beëindiging zonder voldoende voorwaarden niet gunstig is voor de ontwikkeling van de jeugdige. Het is van groot belang dat op korte termijn een geschikte vervolgplek wordt gevonden. Daarom wordt de verlenging met zes maanden bevestigd, met het oog op het vinden van een passende uitstroommogelijkheid.

Uitkomst: Verlenging PIJ-maatregel met zes maanden bevestigd wegens complexe problematiek en ontbreken geschikte vervolgplek.

Uitspraak

PIJ P23/150
Beslissing van 10 augustus 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[de jeugdige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
verblijvende in [jeugdinrichting] te [plaats]
(hierna: [jeugdinrichting] ),
verder te noemen de jeugdige.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
(hierna: PIJ-maatregel)met een termijn van 6 maanden.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 31 maart 2023 waarbij de jeugdige beroep heeft ingesteld;
- de registratiekaart van de jeugdige van 3 april 2023;
- het twaalfde perspectiefplan van 12 juni 2023;
- de aanvullende informatie van [jeugdinrichting] van 11 juli 2023.
Het hof heeft ter zitting van 27 juli 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. V. Smink, en de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.M. Iwema, advocaat te Rotterdam
Het hof heeft ter zitting tevens gehoord:
- mevrouw [reclasseringswerker 1] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland;
- mevrouw [reclasseringswerker 2] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland;
- mevrouw R. Munnik, GZ-psycholoog bij [jeugdinrichting] ;
- de heer A.J. Stierum, Kinder- en jeugdpsychiater bij [jeugdinrichting] .

Overwegingen:

Het standpunt van de deskundigen
[jeugdinrichting]
Mevrouw Munnik en de heer Stierum hebben naar voren gebracht dat bij de jeugdige sprake is van complexe problematiek. De jeugdige ervaart veel klachten waarvoor behandeling nodig is, hetgeen hem ook gegund wordt. Zonder behandeling gaat de jeugdige het buiten niet redden. De jeugdige zit nog in een individueel programma. Het is wenselijk dat hij in een kliniek geplaatst wordt waar hij op de afdeling kan oefenen met uitbreiding van vrijheden en behandeling kan genieten voor zijn trauma’s. [jeugdinrichting] biedt deze mogelijkheden niet. Onlangs heeft een zorgconferentie plaatsgevonden. De zorgconferentie was gericht op het vinden van een geschikte vervolgplek voor de jeugdige en ervoor te zorgen dat de jeugdige zo goed mogelijk in de maatschappij terecht gaat komen. Er is geen geschikte vervolgplek voor de jeugdige gevonden. Het zal nu op bestuurlijk niveau worden opgepakt. Als de PIJ-maatregel nu wordt beëindigd en de jeugdige op straat komt, staat hij er alleen voor en is het recidiverisico erg hoog. De jeugdige is sinds kort gemotiveerd voor medicamenteuze behandeling, wat mogelijk een opening kan bieden tot verdere behandeling. Verlenging van de PIJ-maatregel met de maximale termijn is in het belang van de jeugdige.
Reclassering Nederland
Mevrouw [reclasseringswerker 1] en mevrouw [reclasseringswerker 2] hebben naar voren gebracht dat er geen heil wordt gezien in een zorgmachtiging omdat bij de jeugdige naast psychiatrische problematiek ook persoonlijkheidsproblematiek wordt gezien. Voor beschermd wonen is de jeugdige ook afgewezen vanwege zijn complexe problematiek. Klinieken kunnen niet worden gedwongen tot opname. Ook is een kleinschalige setting beter geschikt voor de jeugdige. In het kader van de PIJ-maatregel bestaat de ideale plek niet. Een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel is nog niet aan de orde. De reclassering kan het hoge recidiverisico op dit moment niet beperken. Als de jeugdige op straat komt te staan, zal hij in een dak- en thuislozencentrum terecht komen en dat is niet wenselijk. De reclassering kan het risicomanagement dan niet vormgeven.
Het standpunt van de jeugdige
De raadsman heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af te wijzen. Hoe het nu gaat, gaat het niet langer. Verlenging van de PIJ-maatregel is niet in het belang van de jeugdige. De jeugdige verblijft al een lange tijd op de forensische observatie en begeleidingsafdeling
(hierna: FOBA)en komt niet vooruit. Er kan voor hem geen geschikte vervolgplek worden gevonden. De incidenten die zich voordoen, komen voort uit frustratie. De jeugdige heeft hulp nodig en hij accepteert dat. De jeugdige is niet iemand die een ander zomaar aanvliegt. Op dit moment wordt door de professionals niet het beste van het beste geleverd voor de jeugdige. De
PIJ-maatregel wordt verkeerd uitgevoerd. Er moet druk op blijven, de zorgconferentie waar al eerder over werd gesproken vond pas laat plaats en heeft niks opgeleverd.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de PIJ-maatregel met de maximale termijn. Er dient een goede en veilige plek voor de jeugdige te worden gevonden. [jeugdinrichting] heeft het beste met hem voor en is hard op zoek naar een vervolgplek. Het is een complexe situatie en het is knap hoe de jeugdige zich staande houdt. Er is een volstrekt tekort aan middelen en mogelijkheden om het traject van de jeugdige zo goed mogelijk vorm te geven. De complexe problematiek maakt het lastig om een goede en veilige vervolgplek te vinden. Onlangs is er een positieve ontwikkeling geweest. De jeugdige is begonnen met medicamenteuze behandeling. Dat zou de start van verdere behandeling kunnen zijn.
Het oordeel van het hof
Het hof is onder aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die aanvulling bevestigen.
Uit de aanvullende informatie van [jeugdinrichting] van 11 juli 2023 volgt dat de jeugdige op dit moment in een individueel programma zit. Onlangs is hij gestart met medicatie. Samen met zijn behandelend psychiater wordt gezocht naar de juiste medicatie en hoeveelheid. De komende periode zal blijken of de jeugdige medicatietrouw is en wat voor werking de medicatie zal hebben op zijn gemoedstoestand en functioneren op de leefgroep. De jeugdige lijkt zich ook meer open te gaan stellen voor interventies. Het is van belang om opnieuw te overwegen hoe in therapeutisch opzicht kan worden omgegaan met de traumagerelateerde problematiek van de jeugdige. Er zal verder worden gewerkt aan mogelijkheden voor uitstroom naar een geschikte vervolgplek. Het hof is van oordeel dat sprake is van een schrijnende situatie die zich kenmerkt door eenzaamheid en uitzichtloosheid en eigenlijk al te lang duurt. Een abrupt einde van de maatregel of een voorwaardelijk kader zonder dat daarbij afdoende voorwaarden kunnen worden gesteld, acht het hof niet in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de jeugdige om de vordering tot verlenging af te wijzen. Maar de tijd begint te dringen. Ondanks de inspanningen van de kliniek om een goede en veilige vervolgplek te vinden, is het van groot belang dat deze plek op korte termijn ook daadwerkelijk wordt gevonden zodat de jeugdige in die omgeving stappen kan zetten naar het (voorwaardelijk) einde van de PIJ-maatregel. De onlangs gehouden zorgconferentie, waarbij de jeugdige overigens niet door zijn raadsman vertegenwoordigd was, heeft niet tot resultaten geleid en de casus zal nu op bestuurlijk niveau worden aangekaart. Om dit proces te kunnen volgen, is het hof met de rechtbank van oordeel dat een verlenging van de PIJ-maatregel met zes maanden in de rede ligt.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering stelt het hof vast dat, tenzij beslist wordt tot verdere verlenging, de PIJ-maatregel voorwaardelijk zal eindigen op 11 september 2023 en onvoorwaardelijk zal eindigen op 11 september 2024.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt met aanvulling van grondenals voormeld de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2023 met betrekking tot de jeugdige
[de jeugdige].
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. M.J. Vos, raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. D.M.L. Versteijnen, raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,
en op 10 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken.
Mr. Keppels en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.