De zaak betreft het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam tot verlenging van een PIJ-maatregel voor een jeugdige met complexe psychiatrische en persoonlijkheidsproblematiek. Het hof heeft op 10 augustus 2023 de beslissing van de rechtbank bevestigd met aanvullende gronden.
De jeugdige verblijft in een jeugdinrichting en volgt een individueel programma. Deskundigen van de inrichting en reclassering benadrukken de noodzaak van voortzetting van de maatregel vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van een geschikte vervolgplek. De jeugdige is recent gestart met medicamenteuze behandeling, wat mogelijk een opening biedt voor verdere therapie.
De raadsman van de jeugdige betoogde dat verlenging niet in het belang van de jeugdige is, gezien de langdurige verblijfssituatie zonder vooruitgang en het ontbreken van geschikte vervolgplekken. Het openbaar ministerie stelde juist voor de maatregel met maximale termijn te verlengen vanwege de complexe situatie en het belang van een veilige plek.
Het hof oordeelt dat ondanks de schrijnende situatie en uitzichtloosheid, een abrupt einde of voorwaardelijke beëindiging zonder voldoende voorwaarden niet gunstig is voor de ontwikkeling van de jeugdige. Het is van groot belang dat op korte termijn een geschikte vervolgplek wordt gevonden. Daarom wordt de verlenging met zes maanden bevestigd, met het oog op het vinden van een passende uitstroommogelijkheid.