Uitspraak
[appellante] ,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over een betaling van € 82.536,- die de erflater kort voor zijn zelfdoding aan zijn partner heeft overgemaakt. De erfgenamen vorderen terugbetaling van dit bedrag, stellende dat het onverschuldigd was en zonder rechtsgrond.
Het hof stelt vast dat de erflater depressief was en de betaling verrichtte met het oogmerk zijn partner na zijn dood financieel te verzorgen. De omschrijving 'salaris oktober 2012' duidt volgens het hof niet op een salarisbetaling, maar verwijst naar het begin van hun samenleven. Er is onvoldoende bewijs dat de betaling onverschuldigd was of dat sprake was van wilsontbreken of misbruik van omstandigheden.
De grieven van de erfgenamen falen, waaronder ook het betoog dat de betaling paulianeus was of in strijd met de goede zeden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de betaling aan de partner rechtsgeldig is.