ECLI:NL:GHARL:2023:6626

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 augustus 2023
Publicatiedatum
3 augustus 2023
Zaaknummer
GEMW 200.320.843/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.13 APV AmsterdamArt. 154b Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke boete voor niet aangelijnde hond op openbare weg

Eiser is een bestuurlijke boete opgelegd van €100 wegens het zich met een niet aangelijnde hond bevinden op de openbare weg, in strijd met artikel 5.13, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van Amsterdam. De overtreding vond plaats op 5 november 2021 op de Valutaboulevard te Amsterdam.

Eiser voerde aan dat de hond aanvankelijk wel aangelijnd was, maar zich kort losrukte, hetgeen volgens hem een juridisch onderscheid is dat tot het achterwege laten van de boete zou moeten leiden. De ambtenaar verklaarde echter dat de hond ongeveer twintig meter losliep en gevaar veroorzaakte doordat een voertuig moest remmen.

Het hof oordeelt dat het losrukken van de hond voor rekening en risico van de eigenaar komt en dat overmacht niet aannemelijk is gemaakt. De kantonrechter heeft het beroep van eiser terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing.

Uitkomst: Bestuurlijke boete van €100 voor niet aangelijnde hond wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.320.843/01
Uitspraak d.d.
: 3 augustus 2023
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 23 november 2022, betreffende

[de eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] .

Het verloop van de procedure

Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan eiser is een bestuurlijke boete opgelegd van € 100,- voor overtreding van artikel 5.13, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam (APV Amsterdam). Deze overtreding zou zijn begaan op 5 november 2021 op de Valutaboulevard in Amsterdam.
2. Artikel 5.13, eerste lid, van de APV Amsterdam luidt als volgt:
“Het is de eigenaar of houder verboden zich met een hond op of aan de weg te bevinden als deze niet is aangelijnd.”
3. Eiser voert aan dat de gedachte ‘los is los’ niet identiek is aan het gegeven feit dat de hond wel aangelijnd was en zich op een gegeven moment lostrok, wat daarna ook weer werd gecorrigeerd. Juridisch zijn dit twee verschillende momenten. De waarnemingen van de ambtenaar zijn beperkt omdat de ambtenaar aan de andere kant van de straat de hoek om reed. Verweerder gaat voorbij aan het moment waarop de handeling plaatsvond die tot de boete heeft geleid. Er is sprake van oorzaak en gevolg en de sanctie zou gegeven moeten worden op de oorzaak en niet op het gevolg.
4. Niet in geding is dat de hond van eiser op de hiervoor vermelde datum, tijd en locatie niet-aangelijnd rondliep. Het hof zal beoordelen of er desondanks redenen zijn een boete achterwege te laten.
5. De ambtenaar heeft verklaard dat hij zag dat de hond ongeveer twintig meter losliep, dat de loslopende hond over de autoweg liep, dat een voertuig moest remmen voor de loslopende hond en dat hierdoor gevaar werd veroorzaakt. Ten aanzien van de verklaring van eiser dat de hond vlak daarvoor wel was aangelijnd, maar dat het kleine Boomertje zich met een kort rukje ontdeed van zijn halsriempje toen het twee aangelijnde buurthonden aan de overkant zag, heeft verweerder in de beslissing op bezwaar overwogen dat voor de vaststelling van de overtreding niet relevant is of de overtreding korter of langer heeft geduurd en evenmin of de hond zich heeft losgerukt. Dat de hond eerder wel was aangelijnd en dat de eiser de overtreding niet doelbewust heeft begaan, betekent niet dat een boete achterwege moet blijven. Het is in beginsel de verantwoordelijkheid van de eigenaar of houder om ervoor te zorgen dat de hond zich niet op of aan de weg bevindt zonder aangelijnd te zijn. De betrokkene heeft naar het oordeel van het hof niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van overmacht, zodat de kantonrechter terecht heeft overwogen dat het losrukken voor rekening en risico van de betrokkene komt. Gelet hierop is niet gebleken van redenen om een boete achterwege te laten.
6. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.