ECLI:NL:GHARL:2023:6209

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
19 juli 2023
Zaaknummer
200.321.516/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor gevaarlijk en hinderlijk stilstaan op fietsstraat

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €150 wegens het voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar en hinder voor het verkeer werd veroorzaakt op een fietsstraat in Eindhoven. De betrokkene stelde dat de hinder al was verdisconteerd in lagere sancties voor stilstaan op de fietsstrook en parkeren in strijd met een parkeerverbod.

Het hof overwoog dat de Kruisstraat een drukke en smalle fietsstraat is waar fietsers in beide richtingen rijden en dat het stilstaande voertuig het verkeer ernstig hinderde en gevaarlijke situaties veroorzaakte. Deze hinder was niet volledig verdisconteerd in de genoemde specifieke gedragingen.

Daarom was het opleggen van een sanctie voor het veroorzaken van gevaar en hinder terecht. Het hof bevestigde het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €150 voor het veroorzaken van gevaar en hinder door stilstaand voertuig op een fietsstraat.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.321.516/01
CJIB-nummer
: 241744662
Uitspraak d.d.
: 19 juli 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 5 december 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 juni 2021 om
20:33 uur op de Kruisstraat in Eindhoven met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter de grond dat het mogelijke gevaar/hinder dat is veroorzaakt is verdisconteerd in specifieke feitcodes met een lager sanctiebedrag, ten onrechte heeft verworpen. Stilstaan op een fietsstrook en parkeren in strijd met een parkeerverbod zijn juist bepalingen die in het leven zijn geroepen om te voorkomen dat (in drukke gebieden) overlast wordt veroorzaakt. Stilstaan op een fietsstrook is verboden, omdat daarmee fietsverkeer wordt gehinderd. De ambtenaar noemt deze vorm van hinderen ook expliciet in zijn verklaring. Een parkeerverbod wordt ingesteld op locaties waarbij het parkeren buiten de aangegeven vakken gevaar en hinder oplevert voor andere weggebruikers. Ook dit wordt expliciet benoemd door de ambtenaar als probleem dat de betrokkene heeft veroorzaakt. Het stond de ambtenaar daarom niet vrij een sanctie op te leggen voor een algemene hinderbepaling waarop een hoger sanctiebedrag staat.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De Kruisstraat, en met in het verlengde daarvan de Woenselsemarkt, betreft een drukke en smalle doorgaande fietsstraat. Dit betreft een éénrichtingsweg met aan één zijde van de rijbaan parkeerhavens, echter mogen fietsers in beide richtingen over de rijbaan verplaatsen. Aan beide zijden van de rijbaan zijn smalle trottoirs gelegen. Eveneens aan beide zijden van de rijbaan zijn aaneengesloten commerciële panden gevestigd. De Kruisstraat is met name voor fietsers een doorgaande weg vanuit het centrum van Eindhoven naar het zuiden van het stadsdeel Woensel en is derhalve zeer druk bezocht. Op de genoemde datum zag ik het genoemde voertuig stilstaan op deze rijstrook. Ik zag dat overige weggebruikers de grootste moeite hadden om het voertuig veilig te passeren. Ik zag dat het voor met name personenauto’s lastig was om het voertuig in te halen zonder daarbij het tegemoetkomende verkeer fietsverkeer te hinderen. Door het stilstaan op deze rijstrook ontstond er een opstopping van verkeer achter het stilstaande voertuig en werd het overige verkeer ernstig gehinderd in de doorgang en is het ontstaan van gevaarlijke situaties groot.”
4. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter terecht overwogen dat in dit geval niet zonder meer kan worden gezegd dat het (mogelijk) veroorzaken van hinder reeds is verdisconteerd in de door de gemachtigde genoemde gedragingen. Het betreft hier een fietsstraat, waarbij sprake is van een fietsstrook die ook door andere voertuigen mag worden gebruikt. Er was zowel sprake van hinder voor de fietsers als voor overige weggebruikers. Deze hinder is niet (volledig) verdisconteerd in de gedraging ‘stilstaan op de fietsstrook’ en ook niet in de gedraging ‘parkeren in strijd met een parkeerverbod’. Er is derhalve terecht een sanctie opgelegd voor de gedraging ‘voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd’.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.