Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:5754

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 juli 2023
Publicatiedatum
10 juli 2023
Zaaknummer
200.323.252/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 lid 2 BWArt. 1:5 lid 8 BWArt. 1:5 lid 9 BWArt. 1:20e lid 1 BWArt. 358 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over vaststelling vaderschap en naamswijziging minderjarige kinderen

In deze zaak stond de vaststelling van het vaderschap van de overleden vader over twee minderjarige kinderen centraal, evenals de keuze van hun achternaam. De rechtbank had het vaderschap vastgesteld maar verzuimd een verklaring van de moeder over de naamkeuze op te nemen, zoals vereist volgens artikel 1:5 lid 2 en Pro lid 9 BW.

De moeder stelde hoger beroep in tegen de beschikking van 17 november 2022, met het verzoek de achternaam van de kinderen te wijzigen naar die van de vader. De bijzondere curator steunde dit verzoek en benadrukte het belang van de naamswijziging ter bevestiging van de vader-kindrelatie.

Het hof constateerde dat de rechtbank artikel 1:5 lid 9 BW Pro over het hoofd had gezien, waardoor de moeder niet was gewezen op haar bevoegdheid om de naamkeuze te maken. Het hof herstelde dit verzuim door vast te stellen dat de moeder de achternaam van de kinderen wijzigt naar die van de vader en gelastte de griffier dit aan de burgerlijke stand door te geven.

De zaak werd zonder mondelinge behandeling afgedaan, aangezien partijen geen bezwaar hadden tegen schriftelijke afdoening. Hiermee werd de procedure afgerond met een duidelijke uitspraak over de naamkeuze in het belang van de kinderen.

Uitkomst: Het hof stelt vast dat de moeder de achternaam van de minderjarige kinderen wijzigt naar die van de overleden vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.323.252/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 514178)
beschikking van 6 juli 2023
in de zaak van
[verzoekster](de moeder),
die woont op een geheim te houden adres,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. M.J.N. Koek te Amsterdam,
en
[verweerster],
die kantoor houdt in [vestigingsplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarigen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 30 december 2020, hersteld bij beschikking van
1 februari 2021, 25 maart 2021, 13 mei 2022 en 17 november 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.De procedure in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 17 februari 2023;
- een journaalbericht namens de moeder van 21 maart 2023 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de moeder van 4 april 2023 met bijlage(n);
- twee journaalberichten namens de moeder van 11 april 2023 met bijlage(n);
- het verweerschrift.

3.Het geschil

3.1
Bij genoemde beschikkingen van 13 mei 2022 en 17 november 2022 is op verzoek van de bijzondere curator het ouderschap van [de vader] (de vader), overleden [in] 2020, vastgesteld over [de minderjarige1] , geboren [in] 2013, respectievelijk [de minderjarige2] , geboren [in] 2020.
3.2
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 17 november 2022. Haar grief betreft de achternaam van de kinderen. De moeder verzoekt (naar het hof begrijpt:) aanvullend te beslissen dat de geslachtsnaam van [de minderjarige2] en [de minderjarige1] wordt gewijzigd naar [achternaam vader] .
3.3
De bijzondere curator refereert zich aan het oordeel van de rechter en spreekt daarbij de hoop uit dat het verzoek van de moeder wordt toegewezen.
3.4
De griffier heeft partijen bij brief van 20 juni 2023 meegedeeld dat het hof voornemens is de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen. Daarbij zijn partijen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 27 juni 2023 schriftelijk en gemotiveerd aan het hof te laten weten of zij reden hebben om toch een mondelinge behandeling te wensen. De moeder heeft geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid. De bijzondere curator heeft bij journaalbericht van 29 juni 2023 laten weten geen bezwaar te hebben tegen schriftelijke afdoening. Het hof zal daarom de zaak op basis van de stukken in het dossier afdoen.

4.De overwegingen voor de beslissing

4.1
De moeder is het eens met de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de vader over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Zij wil ter gelegenheid van die vaststelling ook graag de achternaam van de kinderen veranderd zien in die van de vader. De bijzondere curator is het daarmee eens. De bijzondere curator vindt dat in het belang van de kinderen ter bevestiging van hun band met de vader. [de minderjarige1] van bijna 10 jaar heeft op 24 mei 2023 bij de bijzondere curator aangegeven graag de achternaam van haar vader te willen.
4.2
Het hof stelt vast dat bij de rechtbank geen verzoeken zijn gedaan met betrekking tot de achternaam(keuze) van de kinderen. De rechtbank heeft daarover ook geen beslissingen of weergave van een verklaring dienaangaande in een dictum opgenomen. Wel staat in de beschikking van 13 mei 2022 in de overwegingen dat [de minderjarige1] de achternaam van de moeder houdt (onder verwijzing naar artikel 1:5 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)) en in de overwegingen van de beschikking van 17 november 2022 dat [de minderjarige2] de achternaam van [de minderjarige1] volgt (onder verwijzing naar artikel 1:5 lid 8 BW Pro).
4.3
Het lijkt erop dat de rechtbank artikel 1:5 lid 9 BW Pro over het hoofd heeft gezien. Hier doet zich namelijk de daarin beschreven situatie voor. De vader is overleden voordat de ouders een naamkeuze als bedoeld in artikel 1:5 lid 2 BW Pro hebben gedaan. In dat geval is de moeder bevoegd alleen de achternaam van de kinderen te kiezen. Uit de laatste volzin van lid 2 in combinatie met lid 9 volgt dat de rechterlijke uitspraak inzake de vaststelling van het vaderschap de verklaring van de moeder omtrent de naamkeuze vermeldt. Dat is hier niet gebeurd. In beide beschikkingen staat niets over de verklaring van de moeder over de achternaam van de kinderen. Ook in het proces-verbaal is daar niets over opgenomen.
4.4
Het hof vindt dat de rechtbank de moeder op de mogelijkheid van de naamkeuze van artikel 1:5 lid 9 BW Pro had moeten attenderen. Het had voor de hand gelegen als de rechtbank de moeder in ieder geval ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 15 april 2022 had gevraagd een naamkeuze te doen. Zeker omdat de rechtbank op basis van het rapport van de bijzondere curator van 3 maart 2021 al bekend was met de wens van de moeder (en [de minderjarige1] ) dat de kinderen de achternaam van de vader zouden krijgen. Het hof zal dit verzuim in hoger beroep herstellen. Dit geldt voor beide kinderen. Weliswaar kende de beschikking van
15 april 2022 een eindbeslissing over het ouderschap van de vader over [de minderjarige1] , maar wat betreft haar achternaam was het een tussenbeschikking. Op basis van artikel 358 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de moeder die beslissing in dit hoger beroep nog aanvechten.

5.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep en in aanvulling op de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 17 november 2022:
stelt vast dat de moeder ter gelegenheid van de vaststelling van het vaderschap van [de vader]
,overleden [in] 2020, over de minderjarigen [de minderjarige1] , geboren [in] 2013, en [de minderjarige2] , geboren [in] 2020, voor de geslachtsnaam
[achternaam vader]heeft gekozen;
bepaalt dat de geslachtsnaam van [de minderjarige1] , geboren [in] 2013, en [de minderjarige2] , geboren [in] 2020, gewijzigd wordt naar
[achternaam vader];
gelast de griffier een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [de gemeente] op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.P. den Hollander, A.P. de Jong-de Goede en
L. van Dijk, bijgestaan door mr. D.M. Welbergen als griffier, en is op 6 juli 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.