Uitspraak
[appellante],
Allerzorg,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst tijdens ziekte ontbonden wegens ernstig verstoorde arbeidsverhoudingen en de transitievergoeding toegekend, maar wees loonvordering en billijke vergoeding af. In hoger beroep stelt de werknemer dat het opzegverbod tijdens ziekte nog gold omdat na een herstelmelding een nieuwe ziekteperiode begon, waardoor zij recht heeft op 100% loon.
Het hof stelt vast dat de herstelmelding van de werknemer op 24 juni 2021 terecht was en dat een nieuwe ziekteperiode startte op 29 juli 2021. Hierdoor geldt het opzegverbod opnieuw en moet de werkgever het volledige loon betalen tot het einde van het dienstverband op 1 juni 2022, met een beperkte wettelijke verhoging van 10%.
Het hof oordeelt echter dat het ontbindingsverzoek geen verband hield met de ziekteperiode en dat de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De billijke vergoeding wordt daarom afgewezen. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, verstrekking van een loonspecificatie en de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Hof wijst loonvordering toe wegens opzegverbod tijdens nieuwe ziekteperiode, maar wijst billijke vergoeding af wegens ontbreken ernstig verwijtbaar handelen.