ECLI:NL:GHARL:2023:5601

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
4 juli 2023
Zaaknummer
Wahv 200.316.125/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor rijden met ingeschakelde verbrandingsmotor op onverplicht fietspad

De betrokkene werd beboet voor het gebruik van een snorfiets met ingeschakelde verbrandingsmotor op een onverplicht fietspad, aangeduid met bord G13 en een onderbord 'Dus niet brommen'. De betrokkene stelde in hoger beroep dat niet vaststond dat de motor was ingeschakeld en dat het onduidelijk was om welk type weg het ging.

De ambtenaar verklaarde dat hij de motor had horen lopen en rook uit de uitlaat had gezien, en dat de betrokkene niet trapte tijdens het rijden. Het hof oordeelde dat het bewijs voldoende was dat de motor was ingeschakeld en dat het bord duidelijk maakte dat rijden met een snorfiets met ingeschakelde motor niet was toegestaan.

Het hof zag de vermelding van het voertuig als een kennelijke verschrijving en wees het beroep af. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €100 voor het rijden met ingeschakelde verbrandingsmotor op een onverplicht fietspad.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.316.125/01
CJIB-nummer
: 242244381
Uitspraak d.d.
: 4 juli 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 17 augustus 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “Als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 februari 2021 om 16:42 uur op het Windepad in Alphen aan den Rijn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat voor de vaststelling van de gedraging sprake moet zijn van een ingeschakelde verbrandingsmotor. Dit kan uit de stukken niet worden afgeleid. Verder is onduidelijk wat voor type weg het betreft. De ambtenaar verklaart afwisselend over een (brom)fietspad en een onverplicht fietspad (bord G13). Indien middels een onderbord bij het bord G13 is aangegeven dat bromfietsen niet zijn toegestaan, strekt dat onderbord zich niet automatisch uit tot snorfietsen. Indien sprake is van een (brom)fietspad, zoals de ambtenaar eveneens heeft verklaard, mocht de betrokkene met zijn snorfiets ter plaatse rijden. Tot slot lijkt de ambtenaar - gelet op de vermelde voertuigsoort in het zaakoverzicht - in de veronderstelling dat de betrokkene een bromfiets in plaats van een snorfiets bestuurde.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
Feitgegevens: (…)
Soort voertuig: tweewielige bromfiets (…)
“Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene in strijd met bord G13 reed over het Windepad te Ter Aar. Het bord G13 is voorzien van een onderbord met de tekst: dus niet brommen. (…) Soort weg: (brom)fietspad”.
4. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal overgelegd waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“Ik controleer in mijn functie als motorrijder regelmatig op het Windepad te Alphen aan den Rijn. Dit betreft een onverplicht fietspad aangeduid door bord G13. Dit bord is extra voorzien van een onderbord: Dus niet brommen. Dit fietspad wordt regelmatig gebruikt door bromfietsers en snorfietsers omdat dit een kortere route is. Ik kan mij deze betrokkene nog goed herinneren omdat hij op een zogenaamde Spartamet reed. Deze fietsen met hulpmotor kom je bijna niet meer tegen. De man kwam aanrijden met een in werking zijnde verbrandingsmotor. Ik hoorde dat de motor in werking was. Ik zag ook rook uit de uitlaat komen. Ik zag tevens dat de betrokkene tijdens het rijden niet de pedalen van deze snorfiets rond trapte. Na de staandehouding schakelde de betrokkene de motor uit. Ik heb de man nog uitgelegd dat hij of de motor uit had moeten schakelen of om had moeten rijden. De betrokkene erkende zijn fout en verklaarde destijds dat hij het bord niet gezien had.”
5. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de verbrandingsmotor was ingeschakeld. Verder heeft de ambtenaar verklaard dat ter plaatse sprake was van een bord G13 met onderbord ‘Dus niet brommen’. Hieruit blijkt afdoende dat sprake was van een onverplicht fietspad waar niet gereden mocht worden met een snorfiets waarvan de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Het hof beschouwt de vermelde voertuig- en wegsoort in het zaakoverzicht - gelet op de verklaring in het aanvullende proces-verbaal - als kennelijke verschrijvingen. Hetgeen is aangevoerd treft geen doel.
6. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.