ECLI:NL:GHARL:2023:5572
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift ongegrond verklaard tegen overdracht tenuitvoerlegging gevangenisstraf en tbs aan geboorteland
De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en tbs met verpleging voor moord. De minister heeft het voornemen uitgesproken om de tenuitvoerlegging van deze straf en maatregel over te dragen aan het geboorteland van de veroordeelde. De veroordeelde heeft hiertegen bezwaar gemaakt, stellende dat de sanctie in het geboorteland zwaarder kan zijn en dat onzekerheid bestaat over de geschiktheid van de behandelinrichting aldaar.
Het hof heeft het bezwaarschrift behandeld en vastgesteld dat de minister in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Het hof benadrukt dat het Kaderbesluit 2008/909/JBZ het beginsel van wederzijdse erkenning en vertrouwen bevat, waardoor het aan het uitvoerende land is om te waarborgen dat geen strafverzwaring optreedt. Daarnaast is het feit dat de veroordeelde in Nederland ongewenst is verklaard en geen verblijfsrecht meer heeft een belangrijke factor in de beslissing.
Het hof oordeelt dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat de overdracht de reclassering van de veroordeelde bevordert, mede doordat in het geboorteland familie aanwezig is en een resocialisatietraject mogelijk is. De verschillen tussen de Nederlandse tbs met verpleging en het equivalent in het geboorteland vormen geen reden om het besluit te verwerpen. Het hof verklaart het bezwaar ongegrond en bevestigt het voornemen tot overdracht.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar ongegrond en bevestigt het voornemen tot overdracht van de tenuitvoerlegging aan het geboorteland.