Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 6 januari 2023;
- een journaalbericht van mr. Van de Pol van 20 maart 2023 met producties.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw, ouders van een minderjarige geboren in 2009, hadden in 2016 een ouderschapsplan opgesteld met afspraken over de kosten van hun kind, waaronder het gebruik van een gezamenlijke kinderrekening. De moeder verzocht de rechtbank om opheffing van deze kinderrekening omdat de vader zich niet aan de afspraken hield, onder meer door niet transparant te zijn over uitgaven en overboekingen.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vrouw in hoger beroep ging. Het hof oordeelde dat er sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden, omdat de regeling vanaf het begin niet werkte zoals bedoeld en er langdurige strijd over was. De vader schoot tekort in de nakoming van zijn verbintenis door niet te overleggen over uitgaven boven de €100,- en door ondoorzichtigheid.
Het hof stelde vast dat deze tekortkoming toerekenbaar en ernstig genoeg was om artikel 8 van Pro het ouderschapsplan te ontbinden. De moeder werd ontslagen van haar verplichting tot inleg op de kinderrekening. Het verzoek om de kostenposten op haar wijze te verdelen werd afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag. De beschikking van de rechtbank werd deels vernietigd en het financiële deel van het ouderschapsplan ontbonden.
Uitkomst: Het hof ontbindt het financiële artikel van het ouderschapsplan wegens wanprestatie van de vader en wijst het verzoek tot kostenverdeling af.