In deze zaak staat de zorgregeling voor een minderjarig kind centraal, waarbij de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die een week-op-week-verblijfregeling had vastgesteld. De moeder wenst een aangepaste regeling waarbij het kind niet zeven dagen achtereen bij haar verblijft, vanwege haar precieze gezondheidssituatie en herstel van een verslaving.
Het hof heeft de belangen van het kind en de draagkracht van de moeder zorgvuldig afgewogen. Uit medische informatie blijkt dat de moeder nog in herstel is, wat haar draagkracht beperkt. De huidige regeling leidt ertoe dat het kind taken op zich neemt die niet bij haar leeftijd passen en dat de moeder risico loopt op terugval. Het hof acht het daarom in het belang van het kind om de zorgregeling aan te passen zodat de moeder op vaste dagen beschikbaar is en het kind minder wisselingen ondergaat.
Daarnaast hebben de ouders afspraken gemaakt over de vakanties, feestdagen en verjaardagen, die het hof bekrachtigt. Het hof wijst het verzoek van de moeder om nader onderzoek door de raad van kinderbescherming af, omdat het zich voldoende geïnformeerd acht. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door een regeling die het belang van het kind en de situatie van de moeder beter dient.