Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam1] ,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter had vastgesteld dat de curator tekortgeschoten was in zijn taak door onvoldoende actie te ondernemen om het recht van de betrokkene op bijzondere bijstand te behouden, en had een schadevergoeding van €5.675,48 toegewezen.
In hoger beroep bleek dat de curator op 27 september 2019 pro forma bezwaar had ingediend tegen de intrekking van de bijzondere bijstand, en dat de gemeente op 5 december 2022 het besluit tot intrekking had herzien en het bedrag met terugwerkende kracht had uitgekeerd.
Het hof oordeelde dat de curator niet tekortgeschoten was en dat er geen sprake was van schade, waardoor het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd het incidenteel hoger beroep van de wederpartij afgewezen. De kosten van het hoger beroep werden aan de zijde van de verzoeker vastgesteld en de wederpartij werd veroordeeld in die kosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek tot schadevergoeding af omdat de curator niet tekortgeschoten is.