Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland inzake de alimentatie voor een jong-meerderjarige dochter. De vader en moeder zijn gescheiden en de vader is onderhoudsplichtig voor de dochter die sinds 1 september 2022 een hbo-opleiding volgt.
Het hof heeft vastgesteld dat de behoefte van de dochter is toegenomen met de overgang naar een hbo-opleiding en dat de vader voldoende draagkracht heeft om aan deze behoefte te voldoen. De behoefte is vastgesteld op € 555,- per maand voor de periode van 8 februari 2022 tot 1 september 2022 en € 1.116,95 per maand vanaf 1 september 2022. De draagkrachtvergelijking leidt tot een bijdrage van € 436,- respectievelijk € 1.097,- per maand door de vader.
De grieven van de vader inzake draagkracht en behoefte zijn afgewezen, terwijl de grieven van de dochter in incidenteel hoger beroep over de behoefte zijn toegewezen. Het hof veroordeelt de vader tevens in de proceskosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep. De beschikking van de rechtbank wordt deels bekrachtigd en deels vernietigd en gewijzigd.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de vader wordt verhoogd vanaf 1 september 2022 naar € 1.097,- per maand en hij wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.