Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
[naam2](de voormalige bewindvoerder),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechthebbende, geboren in 1972, was sinds 2018 onder bewind gesteld wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. Na vijfeneenhalf jaar vroeg hij de opheffing van het bewind aan, stellende dat hij zijn financiële zaken weer zelfstandig kan behartigen. De kantonrechter wees dit verzoek in eerste aanleg af, waarna de rechthebbende hoger beroep instelde.
Tijdens de procedure overwoog het hof dat de rechthebbende positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt op het gebied van mentale belastbaarheid en zelfstandigheid. Hij overhandigde bewijsstukken waaronder een Verklaring Omtrent het Gedrag en een medische verklaring die zijn geschiktheid als taxichauffeur bevestigen. Tevens bleek dat alle schulden zijn afgelost of gesaneerd en dat hij nu een vaste baan heeft met een salaris.
De voormalige bewindvoerder betoogde dat het bewind noodzakelijk blijft om de maatschappij te beschermen tegen nieuwe schulden, maar het hof vond dit onvoldoende. Het hof oordeelde dat de grond voor onderbewindstelling niet langer aanwezig is en dat het bewind daarom per 8 juni 2023 wordt opgeheven. Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze het bewind handhaafde en bekrachtigde de rest van de beschikking.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot opheffing van het bewind toegewezen met ingang van 8 juni 2023.