ECLI:NL:GHARL:2023:443

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 januari 2023
Publicatiedatum
18 januari 2023
Zaaknummer
200.311.515/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctie parkeren blauwe streep wegens onvoldoende bewijs overschrijding maximale parkeertijd

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren bij een blauwe streep terwijl de maximale parkeertijd was overschreden. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat de parkeerschijf 04:00 uur aangaf en de overtreding om 09:13 uur werd geconstateerd, binnen de venstertijd 09:00-19:00 uur, zodat de maximale parkeertijd niet was overschreden.

Het hof beoordeelde de stukken, waaronder een zaakoverzicht, brondocument en foto's, en concludeerde dat niet kon worden vastgesteld dat het voertuig langer dan twee uur binnen de venstertijd geparkeerd stond. De verklaring van de betrokkene werd aannemelijk geacht, en er was geen bewijs dat het voertuig de dag ervoor om 16:00 uur was geplaatst.

Daarom kon de gedraging niet worden vastgesteld en werd de sanctie vernietigd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Het hof wees het beroep toe en vernietigde de eerdere beslissingen.

Uitkomst: De sanctie voor parkeren bij een blauwe streep na maximale parkeertijd wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.515/01
CJIB-nummer
: 242189879
Uitspraak d.d.
: 18 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd
van € 100,- voor: “motorvoertuig parkeren bij een blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd
is verstreken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 juni 2021 om 09:13 uur op de David Kouwenaarstraat t.h.v. nr. 10 in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt onder meer dat niet kan worden vastgesteld dat voormelde gedraging is verricht, aangezien geen sprake is van een situatie waarin de toegestane parkeertijd is verstreken. De gemachtigde voert daartoe aan dat de parkeerschijf 04:00 uur aangaf, omdat de betrokkene op 17 juni 2021 gedurende de nachtelijke uren op dat tijdstip zijn voertuig ter plaatse heeft geparkeerd. Binnen de zone is als venstertijd aangegeven 09:00 - 19:00 uur, met een maximale parkeertijd van twee uren. De gedraging is in dit geval om 09:13 uur geconstateerd. Dit betekent dat er niet twee uren is geparkeerd binnen de geldende venstertijden en de gedraging dan ook niet kan worden vastgesteld.
3. Bij de stukken van het dossier bevindt zich een zaakoverzicht dat is opgemaakt door de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, met daarbij gevoegd een brondocument en foto’s. Hieruit volgt, zakelijk weergegeven, dat de ambtenaar op voormelde datum om 09:13 uur zag dat het voertuig met voormeld kenteken ter plaatse stond geparkeerd bij een blauwe streep, dat hij ook zag dat op het bord ter plaatse stond dat de toegestane maximale parkeertijd met een blauwe schijf twee uren was en dat hij vervolgens zag dat de parkeerschijf die zich in het voertuig achter de voorruit bevond een tijdstip van “4 uur” aangaf.
4. Het hof is van oordeel dat op basis van deze stukken niet kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd bij een blauwe streep, terwijl de toegestane parkeertijd was verstreken. Voor de vaststelling van de gedraging is vereist dat het voertuig van de betrokkene gedurende een periode van meer dan twee uren binnen de geldende venstertijden geparkeerd heeft gestaan. Het hof acht het, gelet op de verklaring van (de gemachtigde van) de betrokkene op dit punt en het ontbreken van elke informatie die wijst op het tegendeel, niet aannemelijk dat de betrokkene het voertuig de dag daarvoor om 16:00 uur op de parkeerplaats heeft geparkeerd. Aldus kan in dit geval, gegeven het aanvangstijd van 09:00 uur van het geldende parkeerregime, om 09:13 uur niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
5. De inleidende beschikking kan niet in stand kan blijven. Het hof zal beslissen als hierna te melden. Hetgeen overigens door de gemachtigde naar voren is gebracht behoeft daarmee geen bespreking meer.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Aan het verschijnen ter zitting van de kantonrechter moet een punt worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 1.703,25 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.703,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.