ECLI:NL:GHARL:2023:4358
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
Het hof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden na echtscheiding.
De rechtbank had geoordeeld dat partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen hadden. De man voerde aan dat de vrouw vermogen had verzwegen, waaronder een uitkering uit de toeslagenaffaire, en dat hij recht had op een bedrag. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing was.
Het hof verwierp het verweer van de vrouw dat het verzoek in hoger beroep niet ontvankelijk was, omdat nevenvoorzieningen ook in hoger beroep kunnen worden verzocht. Het hof stelde vast dat de man een restant letselschade-uitkering had ontvangen en dat hij vermogen had benadeeld door het snel te verspillen. Tevens achtte het hof de verklaring van de man over twee appartementen in Marokko ongeloofwaardig en volgde het de vrouw in haar vermogensopstelling.
De vrouw had de toeslagenuitkering niet verzwegen, deze was opgenomen in de vermogensopstelling. Het hof concludeerde dat de man geen bedrag meer van de vrouw te vorderen had en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben in de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.