ECLI:NL:GHARL:2023:4316

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 mei 2023
Publicatiedatum
22 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.317.897/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 60 RVV 1990Art. 22 WVW 1994Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctiebeschikking helmplicht ondanks verwijzing naar vervallen wetsbepaling

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €100 wegens het niet dragen van een goedgekeurde helm tijdens het rijden op een snorfiets op de rijbaan. De overtreding vond plaats op 26 mei 2021 in Amsterdam.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de sanctie geen wettelijke grondslag had vanwege een verwijzing in de regelgeving naar een vervallen bepaling in de Wegenverkeerswet 1994. Deze wijziging betrof het goedkeuringskenmerk van de helm, niet de draagplicht zelf.

Het hof stelde vast dat de betrokkene daadwerkelijk geen helm droeg en dat de verwijzing naar het vervallen wetsartikel geen invloed heeft op de geldigheid van de sanctie. De sanctie is daarom terecht opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De sanctiebeschikking van €100 voor het niet dragen van een helm op een snorfiets wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.317.897/01
CJIB-nummer
: 241994999
Uitspraak d.d.
: 22 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 september 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “Bestuurder/passagier snorfiets op rijbaan draagt geen goedgekeurde, goedpassende deugdelijke bevestigde helm”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 mei 2021 om 20:00 uur op de Meester Treublaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat een wettelijke grondslag voor het opleggen van een sanctie ten tijde van de gedraging ontbrak. In dit verband wijst de gemachtigde onder meer op een uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 9 december 2021 naar aanleiding van de bij besluit van 26 april 2021 gerealiseerde wijziging van de tekst van artikel 60, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) ten gevolge van de gewijzigde tekst van hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) per 1 september 2020.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt in, zakelijk weergegeven, dat hij zag dat de bestuurder van de snorfiets met voormeld kenteken op de bovengenoemde locatie op de rijbaan reed en geen goedgekeurde, goedpassende en deugdelijke bevestigde helm droeg.
4. Op grond van de verklaring van de ambtenaar kan genoegzaam worden vastgesteld dat de betrokkene geen helm heeft gedragen. De door de gemachtigde bedoelde wijziging van de regelgeving, namelijk dat ten tijde van de gedraging in artikel 60, eerste lid, van het RVV 1990 werd verwezen naar het zesde lid van artikel 22 van Pro de WVW 1994 dat toen reeds vervallen was, regardeert niet de draagplicht van de helm maar het goedkeuringsmerk van de helm.
5. Dat in de ten tijde van de onder 1 genoemde gedraging geldende tekst van artikel 60, eerste lid, van het RVV 1990 ten onrechte nog naar dit zesde lid werd verwezen, doet daarom niet af aan de wettelijke grondslag voor de strafbaarstelling van de gedraging van het in het geheel niet dragen van een helm, zoals die ook uit de tekst van artikel 60, eerste lid, van het RVV 1990 volgt. De sanctie is aldus terecht opgelegd.
6. Hetgeen is aangevoerd treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.