Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, gehuwd in 2018 onder de beperkte gemeenschap van goederen, zijn in 2022 gescheiden. Het geschil betreft de verdeling van contant spaargeld waarvan de omvang en het bezit onduidelijk zijn. De man vordert dat wordt vastgesteld dat €20.600 van het spaargeld aan hem toebehoort, terwijl de vrouw aanspraak maakt op €12.700.
De rechtbank had eerder de echtscheiding uitgesproken en de gemeenschap van goederen verdeeld, maar beide verzoeken over het spaargeld afgewezen wegens onduidelijkheid over het bezit. In hoger beroep bevestigt het hof dat geen van partijen voldoende bewijs heeft geleverd dat de ander het spaargeld in contanten in bezit heeft. De man had toegegeven het geld op 24 mei 2020 aan de vrouw te hebben aangeboden, maar dit is onvoldoende om vast te stellen wie het geld daadwerkelijk bezit.
Het hof oordeelt dat het onmogelijk is vast te stellen waar het spaargeld is gebleven en kan daarom niet inhoudelijk beslissen over de toedeling ervan. Beide grieven falen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken van beide partijen af en bekrachtigt de bestreden beschikking.