Uitspraak
[appellant]te noemen,
[geïntimeerden]en afzonderlijk
[geïntimeerde1]en
[geïntimeerde2]te noemen,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak oordeelt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de werknemer niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht betreffende de vordering van achterstallig loon voor overuren, vakantie-uren en vakantiedagen in de periode mei 2020 tot augustus 2020.
De werknemer bracht getuigenverklaringen en schriftelijke stukken in, waaronder WhatsApp-berichten en e-mails, maar kon niet overtuigend weerleggen dat hij zijn uren zelf registreerde en dat er sprake was van minuren na augustus 2020. Het hof concludeert dat de werknemer zijn uren heeft opgevoerd met het oog op het verkrijgen van NOW-subsidie, waardoor de loonstrook van januari 2021 is gecorrigeerd.
Daarnaast komt het hof niet terug op eerdere bindende beslissingen over het opzegverbod wegens ziekte en de toekenning van een billijke vergoeding, omdat geen onjuiste juridische of feitelijke gronden zijn aangetoond. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.