ECLI:NL:GHARL:2023:395

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
17 januari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.304.979/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvConcept regeling voorschriften meetmiddelen politie (CVMP)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding ondanks onzichtbaarheid voertuig op eerste foto

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 61 km/u waar 50 km/u was toegestaan op de N206 Ingenieur G. Tjalmaweg in Katwijk. De betrokkene voerde aan dat zijn voertuig op de eerste van twee flitspaalfoto’s niet zichtbaar was, wat volgens hem in strijd was met de voorschriften en de juistheid van de meting in twijfel trok.

De verkeersspecialist van de politie verklaarde dat het meetsysteem met radar de snelheid en locatie van het voertuig vaststelt en dat de eerste foto soms het voertuig kan missen door bijvoorbeeld het afdekken door andere voertuigen. Dit is een bekend fenomeen bij het meten op meerdere rijstroken.

Het hof oordeelde dat de foto’s dienen ter identificatie en niet voor de vaststelling van de gedraging zelf, die al door het meetmiddel is vastgesteld. De verklaring van de specialist was plausibel en er was geen reden om aan de juistheid van de meting te twijfelen. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze beslissing en wees het verzoek tot kostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €92 voor de snelheidsovertreding en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.304.979/01
CJIB-nummer
: 237814469
Uitspraak d.d.
: 17 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 18 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 92,- voor: “11 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 november 2020 om 12:53 uur op de N206 Ingenieur G. Tjalmaweg (kruising Wassenaarseweg) in Katwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat zijn auto op foto 1 niet zichtbaar is, terwijl dat wel het geval is op foto 2. Dat kan niet. Dat is in strijd met daarop betrekking hebbende voorschriften uit de Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie (hierna: CVMP). Het niet zichtbaar zijn van het voertuig op foto 1 is wellicht te verklaren doordat een of meer vogels de radargolven hebben teruggekaatst. Dat is heel goed mogelijk gelet op de inhoud van het op de website van De Baan Verkeersadvies geplaatste artikel over de werking van een roodlicht- en snelheidscamera, zoals bij het beroepschrift is bijgevoegd. In dat artikel wordt tevens melding gemaakt van het feit dat er na twee snelheids-metingen binnen 1/1000 van een seconde een foto wordt gemaakt van het voertuig dat te hard heeft gereden. Dat betekent dat zijn auto op foto 1 zichtbaar moet zijn. Ook is van belang dat de kantonrechter overweegt dat de vrachtwagen die op foto 1 is te zien op rijstrook 2 rijdt, terwijl zijn auto - die volgens de kantonrechter de radardetectie in werking heeft gesteld - niet op die foto zichtbaar is. Die overweging is tegenstrijdig. Als zijn auto de radardetectie in werking heeft gesteld dan moet deze op de foto die binnen 1/1000 van een seconde na de snelheidsmeting wordt genomen in het beeld vóór de vrachtwagen zichtbaar zijn. Alleen objecten in het beeld vóór de vrachtwagen kunnen radargolven weerkaatsen, aldus de betrokkene. Tot slot wijst de betrokkene erop dat
[naam1] in het proces-verbaal van 17 november 2021 verklaart dat de snelheid op beide foto’s altijd gelijk is, terwijl de officier van justitie ter zitting nu juist verklaart dat de auto tussen het nemen van de twee foto’s snelheid heeft geminderd. Die verklaringen zijn daarmee eveneens tegenstrijdig en dat leidt tot de conclusie dat de snelheidsovertreding niet met zijn voertuig is begaan, aldus de betrokkene.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 64 km/u.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 61 km/u.
Toegestane snelheid : 50 km/u.
Overschrijding met : 11 km/u.”
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd met een goedgekeurd snelheidsmeetmiddel bestaande uit een lusdetector in combinatie met een flitspaal.”
5. Daarnaast bevinden zich twee foto’s met betrekking tot de vastgestelde gedraging in het dossier. De gegevens die onderin de databalk van de in het dossier aanwezige foto’s zijn vermeld stemmen overeen met de hiervoor vermelde gedragingsgegevens. In het kader van hetgeen de betrokkene in het hoger beroepschrift aanvoert is in dit geval daarnaast het volgende van belang:
  • de met betrekking tot de gedraging gemaakte foto’s zijn aangeduid als A respectievelijk B;
  • foto’s A en B geven beide als gemeten snelheid aan: 64 km/h;
  • foto’s A en B geven als rijstrook van het gemeten voertuig aan: 3 RA (rechtsaf);
  • op foto A is naast een vrachtwagen op rijstrook 2 RD (rechtdoor) geen voertuig op rijstrook
3 RA (rechtsaf) zichtbaar;
 op foto B is naast de vrachtwagen op rijstrook 2 RD (rechtdoor) het voertuig met kenteken
[kenteken] op rijstrook 3 RA (rechtsaf) zichtbaar, terwijl het kenteken van het voertuig boven
de databalk is uitgelicht.
6. Bij proces-verbaal van 17 november 2021 heeft [naam1] , brigadier van politie, werkzaam als verkeersspecialist binnen de eenheid Midden-Nederland, tevens docent aan de politieacademie,
- zakelijk weergegeven - als volgt verklaard:
Het betreft hier een flitspaal. Het gebruikte systeem maakt gebruik van een radar om de snelheid/ roodlichtnegatie vast te stellen. Per overtreding worden altijd twee foto’s gemaakt. Zoals zichtbaar op de foto’s wordt de overtreding gepleegd door een voertuig op rijstrook 3 RA. Bij het meten van de snelheid is het systeem niet alleen in staat de snelheid, maar ook de locatie van het voertuig te bepalen. Dit systeem is uitgerust met een zogenaamde trackingradar. Het radarsysteem meet het voertuig een groot aantal malen om snelheid en positie te bepalen.
Pas als er een geldige meting is vastgesteld en deze boven de ingestelde drempelwaarde is, zal er een foto worden gemaakt. Men dient er dus rekening mee te houden dat de meting al heeft plaatsgevonden voordat er een foto wordt gemaakt. (cursief: hof) Op foto B is duidelijk het voertuig te zien dat de overtreding heeft begaan. Het systeem heeft het kenteken van het betreffende voertuig ook vastgelegd.
De meting heeft plaatsgevonden op de rijstrook voor rechtsaf (3 RA)(cursief: hof) en NIET in de haakse bocht.
7. In aanvulling op deze verklaring heeft [naam1] naar aanleiding van aanvullende vragen van het hof bij proces-verbaal van 27 oktober 2022 - zakelijk weergegeven - als volgt verklaard:
Op het moment dat het systeem de eerste foto maakt is de kans aanwezig dat het voertuig van de betrokkene zich achter het voertuig bevond dat op rijstrook twee voor rechtdoor rijdt. Het is een bekend feit dat bij het meten van meerdere rijstroken, anders dan de rijstroken voor rechtdoor,
het verkeer op de afslaande rijstrokenregelmatig
wordt afgedekt(cursief: hof) door voertuigen die rechtdoor rijden. Zeker als het een hoog bedrijfsvoertuig betreft, zoals in dit geval. Omdat in dit specifieke geval niet bekend is hoeveel tijd ná het vaststellen van de overtreding een foto wordt gemaakt, kan het zelfs zo zijn dat het voertuig nog net buiten beeld valt op fotonummer A.
8. Vooropgesteld wordt dat de foto’s in een geval als het onderhavige dienen ter vaststelling van de identiteit van het voertuig waarmee de (op dat moment reeds geconstateerde) gedraging is verricht en het vastleggen van de relevante feiten met betrekking tot de betreffende gedraging. Deze foto’s zijn dus niet - zoals de betrokkene kennelijk meent - noodzakelijk voor de vaststelling van de gedraging zelf, waarbij het hof ten overvloede opmerkt dat de foto’s voldoen aan de daaraan op grond van de CVMP te stellen eisen. Daarnaast heeft de verkeersdeskundige [naam1] op grond van de werking van het gebruikte meetsysteem een plausibele verklaring gegeven voor de omstandigheid dat het voertuig van de betrokkene in het onderhavige geval niet zichtbaar is op foto A.
9. Nu de meting heeft plaatsgevonden met een getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel ziet het hof in wat de betrokkene aanvoert geen reden om aan de juistheid van de snelheidsmeting te twijfelen. Van tegenstrijdigheden, zoals door de betrokkene naar voren gebracht, is evenmin sprake. Uit de verklaring van de heer [naam1] blijkt immers dat de snelheidsmeting reeds heeft plaatsgevonden op het moment dat een foto wordt gemaakt, zodat de vermeende tegenstrijdigheden op een verkeerde lezing berusten van de uitspraak van de kantonrechter en het daarin opgenomen standpunt van de officier van justitie.
10. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de onder 1 genoemde gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. De kantonrechter heeft het beroep dan ook terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.