De jeugdige was in beroep gegaan tegen de verlenging van zijn PIJ-maatregel door de rechtbank Oost-Brabant met achttien maanden. Hij stelde dat de maatregel beëindigd moest worden of met slechts twaalf maanden verlengd, gezien zijn positieve ontwikkelingen en motivatie in het Scholings- en Trainingsprogramma (STP).
De advocaat-generaal verdedigde de verlenging van achttien maanden vanwege een ernstig nieuw delict, onvoldoende gedragsverandering en het nog niet afgeronde behandeltraject. Het hof oordeelde dat hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, het behandel- en resocialisatietraject nog niet volledig is vormgegeven en de delictanalyse nog loopt.
Daarom vernietigde het hof de beslissing van de rechtbank en verlengde de maatregel met twaalf maanden in plaats van achttien. Het hof benadrukte dat binnen deze termijn opnieuw wordt beoordeeld wat de stand van zaken is, zonder grote stappen in het traject te zetten. Een voorwaardelijke beëindiging is op dit moment niet aan de orde.