ECLI:NL:GHARL:2023:3499

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
200.317.024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing gezag aan moeder

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 25 april 2023 het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland behandeld. De rechtbank had het gezamenlijk gezag over de minderjarige beëindigd en het gezag aan de moeder toegewezen. De vader was het hier niet mee eens en stelde drie grieven in hoger beroep.

Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De motivering is dat er sprake is van uitzonderlijk ernstige problematiek tussen de ouders, waarbij de vader strafrechtelijk is veroordeeld voor het stelselmatig schenden van de persoonlijke levenssfeer van de moeder en een contactverbod is opgelegd. Ondanks dit contactverbod blijft de vader de moeder en haar familie lastigvallen, onder andere via beledigende uitlatingen op sociale media.

Het hof acht het daardoor onaanvaardbaar dat het gezamenlijk gezag wordt voortgezet, omdat de communicatie tussen de ouders niet op een fatsoenlijke wijze kan plaatsvinden en er een reëel risico bestaat dat de minderjarige klem komt te zitten tussen de ouders. Het lopende hulpverleningstraject richt zich op begeleide omgang tussen vader en kind en niet op verbetering van de communicatie tussen de ouders, zodat geen verbetering binnen afzienbare tijd wordt verwacht.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het gezag toe aan de moeder.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.317.024
(zaaknummer rechtbank Gelderland 404291)
beschikking van 25 april 2023
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. M.J.E.M. Edelmann te Breda,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats2] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. L.M. Bakker te Rosmalen.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 11 augustus 2022, uitgesproken onder zaaknummer 404291, verder ook te noemen: de bestreden beschikking.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 5 oktober 2022;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht van mr. Bakker van 8 maart 2023 met producties;
- een bericht van mr. Bakker van 13 maart 2023.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 24 maart 2023 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
De vader is niet verschenen. Zijn advocaat heeft bij de mondelinge behandeling gemeld dat de vader ziek is.

3.De feiten

De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige] . [de minderjarige] is [in] 2019 in [plaats1] geboren.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang, het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en bepaald dat het gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.2
De vader is het niet eens met die beslissing en is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking ten aanzien van de beslissing over het gezag te vernietigen, het inleidend verzoek van de moeder alsnog af te wijzen en de beschikking van het hof uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.3
De moeder voert verweer en vraagt het hof het hoger beroep van de vader te ontzeggen, dan wel een zodanige voorziening te treffen die het hof juist acht.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.2
Evenals de rechtbank en op dezelfde gronden als de rechtbank, is het hof van oordeel dat het gezamenlijk gezag dient te worden beëindigd en dat de moeder alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] moet worden belast. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook bekrachtigen. Het hof neemt de motivering van de rechtbank na eigen onderzoek over en voegt daar het volgende aan toe.
5.3
Deze zaak heeft een achtergrond waarbij sprake is van uitzonderlijk ernstige problematiek in de verhouding tussen de vader en de moeder (en haar familieleden). Sinds de bestreden beschikking is de vader strafrechtelijk veroordeeld voor het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de moeder en is hem daarbij een contactverbod opgelegd. Ondanks dit blijft de vader contact opnemen met de moeder. Zo blijft de vader de moeder mailen en blijft hij de moeder en haar familie indirect lastigvallen via openbare uitspraken op zijn Whatsapp account (onder andere door het opnemen van beledigende uitspraken over de moeder en haar familie via zijn “statusinstelling”). Het hof is met de raad van oordeel dat het zorgelijk is dat de vader niet in staat is om zich in het belang van [de minderjarige] te onthouden van het doen van kwetsende uitlatingen over de moeder en haar familie. Gelet op het gedrag van de vader zijn de ouders niet in staat op een fatsoenlijke manier met elkaar te communiceren en wordt dus niet voldaan aan de minimale voorwaarde voor het uitoefenen van het gezamenlijk gezag. Het gedrag van de vader brengt bovendien spanningen met zich voor de moeder waarvan [de minderjarige] steeds meer zal gaan merken, zodat er een onaanvaardbaar risico is dat [de minderjarige] klem of verloren zou raken tussen de ouders mocht het gezamenlijk gezag in stand blijven.
5.4
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vader laten weten dat partijen inmiddels zijn aangemeld voor een hulpverleningstraject en dat dit traject eerst moet worden afgewacht. Anders dan gesteld ziet dit traject niet op het verbeteren van de communicatie tussen de ouders, maar op het opstarten van begeleide omgang tussen de vader en [de minderjarige] . Mede gezien het contactverbod kan er op dit moment geen sprake zijn van een traject gericht op communicatie tussen de ouders, zodat niet te verwachten is dat daar binnen afzienbare tijd verbetering in komt.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 11 augustus 2022, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, M.H.F. van Vugt en K. Mans, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier, en is op 25 april 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.