ECLI:NL:GHARL:2023:3138

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 april 2023
Publicatiedatum
12 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.315.778/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 WAMArt. 2 WahvArt. 67 Wegenverkeerswet 1994Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor onverzekerd voertuig wegens niet ontvangen kentekenbewijs

De betrokkene kreeg een sanctie van €400 opgelegd voor het niet verzekeren van een motorrijtuig op 27 januari 2021. Hij voerde aan dat hij het kentekenbewijs en de tenaamstellingscode niet had ontvangen omdat post van de RDW aan zijn woonadres werd geretourneerd. Hij had contact opgenomen met de RDW en verzocht om verzending naar een correspondentieadres. Uiteindelijk werd het kentekenbewijs aangetekend verzonden en verzekerde hij het voertuig direct daarna.

Het voertuig bevond zich bovendien in de periode rond de overtreding niet in Nederland, maar in Zweden voor inspectie. Het hof oordeelde dat de overtreding wettelijk vaststaat, maar dat de bijzondere omstandigheden voldoende aannemelijk zijn gemaakt. De betrokkene had tijdig contact gezocht met de RDW en het voertuig was niet in Nederland, waardoor de verzekeringsplicht feitelijk niet kon worden nageleefd.

Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en matigde de sanctie tot nihil. Tevens werd bepaald dat de door de betrokkene gestelde zekerheid wordt gerestitueerd. Hiermee werd rekening gehouden met de tariefmatige aard van de sanctie en de uitzonderlijke situatie van de betrokkene.

Uitkomst: De administratieve sanctie voor het niet verzekeren van het voertuig is gematigd tot nihil vanwege bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.315.778/01
CJIB-nummer
: 239821424
Uitspraak d.d.
: 12 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van €200,-.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 400,- opgelegd voor: “voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 27 januari 2021 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene ontkent niet dat het voertuig op de genoemde datum niet verzekerd was, maar voert aan dat hij zijn voertuig niet kon verzekeren omdat hij geen meldcode heeft ontvangen van de RDW. Uit navraag bij PostNL bleek hem dat post van de RDW aan zijn woonadres om onbekende redenen geretourneerd wordt. Hij heeft vanaf 20 januari 2021 hierover contact gehad met de RDW en heeft verzocht om post niet naar zijn woonadres maar naar een door hem genoemd correspondentieadres te sturen. Uiteindelijk is het kentekenbewijs aangetekend verstuurd en heeft de betrokkene direct daarna het voertuig verzekerd. Overigens was het voertuig (een oldtimer) vanaf 15 december 2021 tot 31 maart 2021 niet in Nederland maar voor inspectie in Zweden.
De betrokkene heeft gedurende de procedure correspondentie bijgevoegd met en van de RDW.
3. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Deze bepaling brengt mee dat voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven, degene aan wie het kenteken is opgegeven een verzekering overeenkomstig deze wet moet afsluiten en in stand houden.
4. Uit artikel 67, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 blijkt dat de betrokkene als kentekenhouder van het motorrijtuig er verantwoordelijk voor is om, indien met het voertuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt, de Dienst Wegverkeer te verzoeken de tenaamstelling in het kentekenregister te schorsen. Deze schorsing brengt mee dat de verzekeringsplicht gedurende de periode van schorsing niet geldt (artikel 2, derde lid, WAM) en de betrokkene dus niet strafbaar is wanneer er dan geen verzekering van kracht is (artikel 30, derde lid, WAM).
5. Het samenstel van de bovengenoemde bepalingen maakt het mogelijk om door middel van registervergelijking op een effectieve wijze de verzekeringsplicht te handhaven. De effectiviteit van de handhaving zou ernstig worden ondermijnd wanneer bij elke geconstateerde overtreding zou moeten worden vastgesteld of het betreffende voertuig aan het verkeer heeft deelgenomen dan wel heeft kunnen deelnemen. Een en ander brengt mee dat het in strijd met artikel 30, tweede lid, WAM niet voldoen aan de verzekeringsplicht op zichzelf reeds het opleggen van een administratieve sanctie rechtvaardigt, ook in het geval het betreffende voertuig niet aan het verkeer heeft deelgenomen dan wel heeft kunnen deelnemen.
6. Gelet op de stukken uit het dossier is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Ten tijde van de registercontrole was het op naam van de betrokkene gestelde voertuig niet verzekerd en de tenaamstelling in het kentekenregister evenmin geschorst. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er desondanks redenen zijn om te bepalen dat het bedrag van de sanctie moet worden verlaagd of op nihil moet worden gesteld.
7. Het hof stelt voorop dat de in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wahv meebrengt dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie en dat slechts bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen geven om van het voor elke gedraging vastgestelde tarief af te wijken.
8. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is naar het oordeel van het hof in dit geval sprake. De door de betrokkene gestelde omstandigheden voor het niet voldoen aan de verzekeringsplicht zijn door de advocaat-generaal niet weersproken. Het hof acht deze omstandigheden voldoende aannemelijk geworden, mede gelet op de door de betrokkene meegestuurde correspondentie. Hieruit blijkt dat de betrokkene al vóór de datum van de gedraging contact heeft opgenomen met de RDW om aan te geven dat hij geen post van de RDW - en dus geen kentekenbewijs en tenaamstellingscode van het voertuig - heeft ontvangen en verzocht om dit naar een door hem doorgegeven correspondentieadres te sturen. Voorts blijkt dat er in de periode daarna telefonisch contact tussen de betrokkene en de RDW is geweest en dat als gevolg daarvan de RDW op 12 februari 2021 het kentekenbewijs aangetekend heeft verzonden. De betrokkene heeft daarna op 15 februari 2021 een verzekering afgesloten. Daarnaast heeft de betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat het voertuig van de betrokkene in de periode voor en na de gedraging niet in Nederland was maar voor inspectie in het buitenland was.
9. Het hof ziet in bovengenoemde omstandigheden aanleiding om de administratieve sanctie verder te matigen dan door de kantonrechter is gedaan en door de advocaat-generaal is aangegeven. Het hof zal de sanctie matigen tot nihil. Het hof komt daarom tot onderstaande beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gematigd tot nihil;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.